Noordhoff Uitgevers

Medicijnen

Iedereen heeft wel eens wat: hoofdpijn, buikpijn of een geschaafde knie na een valpartij. Meestal gaan die dingen vanzelf weer over. Maar soms heeft het lichaam een beetje hulp nodig. Als de pijn niet weggaat of heel erg is. De dokter zoekt dan uit wat er aan de hand is. Hij kijkt naar de patiënt en stelt vragen. Vaak luistert hij naar de longen en soms laat hij bloed onderzoeken. De dokter kan dan een recept uitschrijven. Dat is een briefje met de naam van het medicijn erop. Er staat ook op hoe vaak je het medicijn moet gebruiken en hoeveel je ervan mag hebben. De medicijnen die op het recept staan, kun je bij de apotheek ophalen. Dat is een soort winkel met medicijnen. Sommige medicijnen, zoals hoestdrank, kun je bij een drogist of supermarkt kopen.

Als je je niet lekker voelt, kan een pilletje soms helpen.

Hoe werken medicijnen?

In een medicijn zit een werkzame stof. Bijvoorbeeld een stof tegen de pijn. Van de werkzame stof is meestal maar heel weinig nodig. Te weinig om er een pil van te maken. Daarom worden er andere stoffen aan de werkzame stof toegevoegd. De pil wordt dan wat groter en is gemakkelijker door te slikken. Soms gaat de werkzame stof in een zalf, drankje of in druppels.
Medicijnen die je doorslikt, komen eerst in je maag en daarna via je darmen in je bloed. Bloed gaat door je hele lichaam en brengt zo de werkzame stof naar de plek(ken) waar het nodig is. Het is belangrijk om precies de goede hoeveelheid van een medicijn in te nemen. In een medicijn voor kinderen zit minder werkzame stof dan in een medicijn voor volwassenen. Omdat een kind kleiner is, heeft het minder van de werkzame stof nodig.


Mensen met astma slikken geen medicijnen, maar ademen ze in.

Medicijnen uit de natuur

Veel medicijnen zijn nagemaakt van planten en kruiden in de natuur. Je zou natuurlijk ook gewoon het plantje op kunnen eten. Of toch niet? Het voordeel van medicijnen uit de fabriek is dat er altijd dezelfde werkzame stof in zit. Bij een plant is dat niet zo. Door het weer, of de plaats waar de plant groeit, kan er meer of minder genezende stof in de plant zitten. 
Het duurt jaren om een nieuw medicijn te maken. Er zijn veel regels voor en het moet eerst getest worden. Vaak worden daar muizen voor gebruikt. Daarna zijn er mensen aan de beurt, eerst gezonde mensen en daarna echte patiënten. Dat gebeurt voor een deel ook met nepmedicijnen. Mensen geloven namelijk vaak al dat een medicijn helpt. Alleen van het feit dat ze iets slikken, voelen ze zich beter. Tijdens de test slikt de helft van de mensen het echte medicijn. De andere helft krijgt een nepmedicijn, een placebo. Zo wordt onderzocht of het nieuwe medicijn wel echt werkt.
Sommige mensen slikken liever geen medicijnen uit de fabriek. Ze nemen liever homeopathische medicijnen. Die werken anders, ze zorgen ervoor dat het lichaam zichzelf beter maakt. 

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 324 Medicijnen.


Details en informatie

  • Titel: Medicijnen
  • Auteur(s): Ingrid Nijkamp
  • Nummer: 324
  • Niveau: 3
  • Siso: J 612.8