Noordhoff Uitgevers

Meisje van Yde

In de 17e eeuw (1600 tot 1700) werd er in Drenthe veel turf gestoken. Turf is gedroogd veen. Veen is een grondsoort die ontstaat in moerassen. Turf is een prima brandstof, mensen gebruikten het om hun huizen mee warm te stoken. Tijdens het turfsteken werden regelmatig veenmummies gevonden. Veen zorgt ervoor dat een dood lichaam goed bewaard blijft en niet gaat rotten. Dus niet alleen de botten blijven over, maar ook de huid en de haren. In Nederland zijn zes veenmummies bewaard gebleven. Ze liggen vooral in Drenthe. In Engelse venen zijn ook veenlijken gevonden. Een beroemd Engels veenlijk is de Lindow-man.

Dit is de Man van Grauballe. Hij is gevonden in Denemarken.

Een meisje in het veen

Ruim honderd jaar geleden waren twee mannen uit het Drentse dorp Yde (zeg: ieduh) turf aan het steken. De schep van één van de mannen raakte opeens iets hards. Ze keken eens goed en zagen het hoofd van een mens. Ze schrokken vreselijk en renden naar huis om het de burgemeester te vertellen. Hij zorgde ervoor dat het veenlijk naar het Drents Museum in Assen werd gebracht. Maar dat gebeurde niet direct. Het lichaam bleef eerst nog negen dagen liggen. De inwoners van Yde gingen kijken en velen van hen namen iets mee: een tand of een paar haren. Misschien deden ze dat omdat ze dachten dat dat geluk zou brengen. De burgemeester bewaarde het veenlijk ook nog een maand in zijn eigen huis.

In het museum werd het lichaam onderzocht. Het was een meisje. In 2004 is het meisje van Yde door een restaurateur van het museum helemaal schoongemaakt. Een restaurateur is iemand die schilderijen en beelden schoonmaakt en opknapt. Doordat het meisje een maand in het huis van de burgemeester lag, is haar huid ingedroogd en verschrompeld. De huid werd hard, droog en ribbelig. Die kan niet worden hersteld. Ook niet door het meisje in water te leggen. Haar conditie of toestand is doordat ze in een gewoon huis had gelegen erg slecht geworden. In een museum is het precies droog of vochtig genoeg.

Een restaurateur werkt met speciale kwastjes om het lichaam niet te beschadigen.

Mensen die oude voorwerpen of lichamen onderzoeken, heten archeologen. Ook zij onderzochten het meisje van Yde natuurlijk. Ze wilden graag weten wanneer het meisje leefde. Ze gingen de straling van het lichaam meten. Want alle planten, dieren en mensen zenden straling uit, ook als ze al dood zijn. Hoe ouder een plant, dier of mens is, hoe minder straling er over is. De onderzoekers rekenden uit dat het meisje van Yde tussen 50 vòòr en 50 na Christus heeft geleefd. Rond het jaar nul dus. Die periode in de geschiedenis noemen we de Tijd van Grieken en Romeinen.

Details en informatie

  • Titel: Meisje van Yde
  • Auteur(s): Karin Janssen
  • Nummer: JC182
  • Niveau: 3
  • Siso: J Drenthe 938