Noordhoff Uitgevers

Mieren (junior)

Bijna overal op de wereld komen mieren voor. In de stad, in de woestijn, in de bergen, noem maar op. Alleen op de Noordpool en op de Zuidpool niet, daar is het te koud. Mieren leven altijd in een groep bij elkaar, in een kolonie. In Nederland komen zestig verschillende soorten mieren voor. Mieren zijn insecten. Ze bestaan uit een kop, een borst en een achterlijf. De bekendste mier in Nederland is de wegmier. Het is de zwartbruine mier die veel mensen in de tuin hebben. Ze leven onder stoeptegels en soms ook in huis. De wegmier is 3 tot 5 millimeter groot. 
In Nederlandse bossen en duinen komen rode bosmieren voor. Ze zijn 1 centimeter groot en ze kunnen bijten. Ze bouwen samen een koepelnest. Zo’n nest is soms wel een meter hoog. Onder de grond is het nest nog groter. Er leven 30 duizend tot 1 miljoen mieren in samen.


De nesten van rode bosmieren bestaan uit aarde, dennennaalden en takjes.

Van ei tot mier

Mieren maken een metamorfose door. Dat is een gedaanteverandering. De koningin is de belangrijkste en grootste mier in een nest. Zij legt alle eitjes. Uit het eitje komt een larve, een piepklein wormpje. Als de larven goed gegroeid zijn, weven ze een cocon. Daarin verandert de larve in vier weken tijd in een mier.  
Mieren zijn omnivoren, ze eten alles. Planten en zaden, maar ook dieren zoals rupsen en kevers. Ze ruimen ook dode dieren op. Een dood dier verslepen lukt één mier niet alleen. Daarom werken ze samen. Een mier die een dikke dode rups vindt, brengt daarvan een klein stukje naar het nest. Dat kan wel 200 meter verderop zijn. Onderweg laat ze een geurspoor achter door met haar buik over de grond te slepen. De andere mieren ruiken zo waar ze naartoe moeten. Soms nemen alle mieren een klein stukje mee. Maar soms slepen ze het dode dier met z’n allen weg. 
Mieren worden zelf ook gegeten. Door hagedissen en kikkers bijvoorbeeld. Ook de groene specht eet mieren. Hij woelt met zijn snavel in koepelnesten om bosmieren op te pikken. Mieren uit verschillende kolonies vechten soms met elkaar. De overwinnaars eten de dode mieren uit het vijandige nest op.


Bijzondere mieren

Er zijn meer dan 12 duizend soorten mieren in de wereld. En er worden nog steeds nieuwe soorten ontdekt. Je weet al dat je in Nederland de wegmier en de rode bosmier tegen kunt komen. Na de wegmier komt in ons land de gewone steekmier het meest voor. Deze mier is roodbruin en het vrouwtje kan steken.
Een andere mier die je in Nederland kunt vinden, is de gele weidemier. Die is geeloranje van kleur en blijft zo veel mogelijk onder de grond. Weidemieren leven in gebieden waar gras groeit.
In Afrika leeft een gevaarlijke roofmier. Het is de legermier en hij woont in kolonies van wel 20 miljoen mieren. In grote groepen jagen ze op allerlei dieren. 
In Australië leeft één van de giftigste mieren. Een steek van zo’n buldogmier doet erg pijn en je wordt er heel ziek van.
De parasolmier woont in Zuid-Amerika. Met zijn kaak bijt hij stukjes blad af om voedsel van te maken voor de larven. Het lijkt net alsof hij een parasol boven zijn hoofd houdt als hij de blaadjes naar zijn nest brengt.
Diefmieren wonen naast een nest van veel grotere mieren. Daar stelen ze eten uit en  vluchten daarmee snel hun eigen nest weer in. De grotere mieren passen niet in de smalle gangetjes en kunnen de dieven niet pakken.



Parasolmieren lopen naar hun nest met een stukje blad. Ze maken er voedsel voor de larven van.

Dit is een samenvatting van Junior Informatieboekje 11 Mieren.

Details en informatie

  • Titel: Mieren (junior)
  • Auteur(s): Darja de Wever
  • Nummer: 11
  • Niveau: 1
  • Siso: J 597.82