Noordhoff Uitgevers

Molens

In Nederland staan veel molens. De meeste Nederlandse molens zijn windmolens. Doordat ons land vlak is, kan het hier flink waaien. De wieken van een windmolen gaan draaien door de wind. De bovenste verdieping van een molen heet de kapzolder. Daar loopt een lange as doorheen. Aan de ene kant van de as zitten de wieken. Aan de andere kant zit een enorm tandrad. Als de wieken draaien door de wind, draait de as met het tandrad ook rond. Het tandrad grijpt in andere raderen en brengt uiteindelijk ook de zware maalstenen in beweging. Tussen die stenen kan de molenaar koren tot meel malen.

Er zitten veel tandraderen in een molen. Die grijpen allemaal in elkaar.

Windkracht en waterkracht

De kap van de molen kan gedraaid worden. Dat heet kruien. Dat is handig, want de wind waait niet altijd uit dezelfde richting. De wind blaast niet altijd even hard. Bij weinig wind worden er zeilen aan de wieken gemaakt. Zo vangen de wieken meer wind. Dan werkt de molen dus een beetje als een zeilboot. Hoe minder wind er is, hoe meer zeil er nodig is om de wieken te laten draaien. Als het te hard waait, zet de molenaar de wieken vast. Als wieken te hard ronddraaien, kunnen ze kapotgaan.

Op feestdagen maakt de molenaar vlaggetjes aan de wieken vast. Dat staat leuk en zo kan iedereen zien dat er een feest is.

Er zijn ook molens die op waterkracht werken. Dat zijn watermolens. Zo'n molen heeft geen wieken, maar een waterrad. Dat is een groot wiel met schepjes eraan. Een watermolen staat met dat rad aan een rivier met stromend water. Het water stroomt tegen de schepjes en zo gaat het rad draaien. Het waterrad zet alles binnen in de molen in beweging. Ook de maalstenen. Molens zijn eigenlijk fabriekjes waar iets gemaakt wordt. Vroeger ging het bijna alleen om het malen van koren tot meel. Later kwamen er bijvoorbeeld ook houtzaagmolens en papiermolens.

In 1850 stonden er wel 10 duizend molens in Nederland. Nu zijn er nog duizend windmolens en ongeveer honderd watermolens. Nadat de stoommachine, de dieselmotor en de elektrische motor waren uitgevonden, waren de molens niet meer nodig. Want een motor werkt altijd, als je er maar brandstof in doet. Er is geen wind of stromend water voor nodig. De machines werkten ook veel sneller. Veel molens werden afgebroken of gingen verloren door brand of storm. Veel oude molens worden nu voor iets anders gebruikt. Er is bijvoorbeeld een museum, pannenkoekenhuis of bierbrouwerij in. Vaak zijn de molens tot monument verklaard. Ze worden dan goed onderhouden. Meestal werken ze ook nog. Vrijwillige molenaars doen dan het werk.

Details en informatie

  • Titel: Molens
  • Auteur(s): Lieke van Duin
  • Nummer: JC149
  • Niveau: 1
  • Siso: J 718.62