Noordhoff Uitgevers

Monniken en kloosters

Sint Benedictus was de eerste mens die een klooster stichtte. Dat gebeurde in het jaar 529. Sint Benedictus vond dat de mensen niet goed leefden. Ze dachten te veel aan zichzelf en te weinig aan God. Hij vond dat je in een klooster beter kon nadenken en bidden. Een goede monnik moest drie dingen beloven. De eerste belofte was om gehoorzaam te zijn aan de abt van het klooster. De tweede belofte was om geen eigen spullen te hebben. De derde belofte was om niet te trouwen en geen kinderen te krijgen. Ze moesten hun hele leven wijden aan God. Daarom vond Sint Benedictus ook dat monniken het klooster niet uit mochten.

Een benedictijn droeg simpele kleding. Je noemt dit een habijt.

In het klooster

Alle beloftes werden opgeschreven in de Regel van Benedictus. Monniken die zich aan deze Regel hielden, werden benedictijnen genoemd. Ze behoorden tot dezelfde klooster-orde. Er waren nog meer klooster-orden, zoals de franciscanen, karmelieten en de augustijnen. Elke klooster-orde had zijn eigen regels. Veel kloosters werden gebouwd op rustige plaatsen. Bijvoorbeeld buiten de stad. Of op een berg. De monniken dachten dan dat ze dichter bij God waren. Maar er zijn ook kloosters in grote steden gebouwd. Misschien ken je het Catharijneconvent, midden in Utrecht. Het klooster van vroeger is nu een museum.

In veel kloosters kun je logeren. Bijvoorbeeld deze in Kerkrade. Je komt er helemaal tot rust.

De monniken in een klooster baden en lazen veel. Maar ze werkten ook. In de begintijd van de monniken werden er nog geen boeken gedrukt. Daarom schreven de monniken ze met de hand over. Ze werkten ook in de klooster-tuin. Daar kweekten ze groente en fruit, en verkochten die. Ze zorgden verder voor zieke mensen. En reizigers konden in het klooster logeren. Monniken deden daarnaast andere dingen, zoals potten bakken, bier brouwen, kaarsen maken of meubels timmeren. Vaak was een klooster ook een school. Er werd les gegeven aan de kinderen van de rijkere adel. De monniken leerden hen lezen, schrijven en rekenen. En natuurlijk stond godsdienst ook op het programma.

Vroeger gingen de monniken zeven keer per dag naar een gebeds-dienst. De eerste dienst was midden in de nacht. Het tweede gebed was net voordat het buiten licht werd. Veel tijd om te slapen hadden de monniken dus niet. Monniken en kloosters bestaan nog steeds. In het jaar 1500 telde Nederland zo'n vijfhonderd kloosters. In 2008 zijn dat er nog maar twintig kloosters van de benedictijnse klooster-orde. Kloosters zijn aardig populair als plaats om te logeren. Je krijgt dan een eenvoudige kamer met alleen een bed. Stilte is belangrijk, dus tijdens het eten mag je niet praten. Na negen uur 's avonds moet het ook stil zijn.

Details en informatie

  • Titel: Monniken en kloosters
  • Auteur(s): Jeroen Denters
  • Nummer: JC219
  • Niveau: 2
  • Siso: J 245.4