Noordhoff Uitgevers

Naar de brugklas

Kinderen in groep 8 van de basisschool krijgen rond de kerst een schoolgids. Daarin staat van alles over scholen voor voortgezet onderwijs. Want na de zomervakantie moeten de kinderen van groep 8 naar een andere school. Welke wordt het? Dat ligt eraan. Hoe goed kun je leren? Wat wil je later worden? Samen met de leerkracht en de ouders kiest het kind naar welke school het gaat. De uitslag van de Cito-toets is ook belangrijk. De ouders melden het kind aan bij de nieuwe school. Na een paar weken komt er bericht. Soms wil een school nog meer weten. Een kind moet dan een toelatingsexamen doen.

In de schoolgids staan de opleidingen die de scholen geven.

Vijftien nieuwe vakken

Het eerste jaar van het voortgezet onderwijs is de brugklas. Het is de "brug" tussen de basisschool en het voortgezet onderwijs. Alle leerlingen krijgen eerst een lesrooster. Daarop staan alle vakken die je per week krijgt. Op het rooster staat in welk lokaal de vakken worden gegeven en hoe laat de lessen beginnen en eindigen. Er staat ook op welke leraar het vak geeft. Twee uren van hetzelfde vak achter elkaar noem je een blokuur. Soms valt er een les uit. Dat heet een tussenuur. In de brugklas krijg je drie of vier talen, gymnastiek, wiskunde, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis, twee kunstvakken, scheikunde, economie, techniek, verzorging en informatiekunde.

Iedereen volgt de techniekles.

In het voortgezet onderwijs krijg je huiswerk. Veel scholen geven huiswerkbegeleiding. Een leerling kan dan op school al een deel van zijn huiswerk maken. Als je iets niet begrijpt, kun je het vragen, want er is een leraar bij. Huiswerk moet je plannen (zeg: plennen) en verdelen over de tijd. De leraar kan daarbij helpen. In de brugklas krijg je ook studielessen. In die lessen leer je hoe je moet studeren. Vaak geeft de mentor of klassenleraar de studielessen. Hij vertelt hoe je een agenda moet gebruiken, hoe je kunt studeren en hoe je werkstukken moet maken. Hij maakt je wegwijs in de mediatheek, zodat je zelf informatie leert zoeken.

Elke school voor voortgezet onderwijs heeft een leerlingenstatuut. Daarin staan de regels die op de school gelden. Dat is nodig, want vooral op scholengemeenschappen zitten vaak meer dan duizend leerlingen. Als die allemaal zouden doen wat ze zelf willen, werd het een rommeltje. Er zijn dus regels en afspraken over de manier waarop leerlingen zich moeten gedragen. Er zijn regels over kleding, over roken, over het gebruik van mobiele telefoons en over straffen. De mentor bespreekt de regels aan het begin van het jaar met de nieuwe brugklasleerlingen.

Details en informatie

  • Titel: Naar de brugklas
  • Auteur(s): Josée Gruwel
  • Nummer: IC176
  • Niveau: 4
  • Siso: J 482.3