Noordhoff Uitgevers

Nederland waterland

Een groot deel van Nederland ligt onder zeeniveau. Nederlanders hebben door de eeuwen heen dan ook vaak overstromingen en watersnoodrampen meegemaakt. Niet alleen door de zee, maar ook door de rivieren. Nederland is voor een groot deel een rivierdelta. Toen er nog geen dijken waren, maakten mensen terpen om op te wonen. Zo waren ze beschermd tegen het water.
Nederlanders weten goed hoe ze zich tegen het water kunnen beschermen, maar ook hoe ze het water kunnen gebruiken. Dorpen werden vroeger gebouwd aan de oever van een rivier. Over de rivier kon je goederen vervoeren. De inwoners verdienden veel geld met de handel van allerlei producten. En zo kon een dorp dankzij het water, uitgroeien tot een grote stad.
Zonder water kunnen we niet leven. Maar we beleven er ook veel plezier aan. Overal vind je meertjes en plassen waar je kunt zwemmen, varen, surfen en vissen. En in de winter schaatsen.

Veel Nederlanders zijn dol op watersport. Er komen ieder jaar ook veel toeristen om van het water te genieten.

Wonen 'onder' zee

Door de eeuwen heen hebben de inwoners van Nederland manieren bedacht om in het deltagebied te kunnen wonen. Ze gingen wonen op de hoger gelegen gebieden, zoals kwelders en duinen. Rond 1000 na Christus gingen ze ook in lager gelegen gebieden wonen. Ze bouwden dijken om zich tegen het water te beschermen. Ze maakten moerassen droog, zodat er meer grond was voor akkers en weilanden. Maar het droogmaken had ook een nadeel. Omdat de bodem ging inklinken, was het gevaar voor overstromingen groot.
De Nederlandse bevolking bleef groeien. Dus was er meer grond nodig. Daarom begonnen de Nederlanders met het droogmaken van meren en plassen. Een van de grootste droogmakerijen in de 17e eeuw was de Beemster in Noord-Holland. Er waren 43 molens nodig om het meer leeg te pompen.
Een ander groot project was de aanleg van de Afsluitdijk in 1927. Deze dijk ligt tussen Noord-Holland en Friesland. Hierdoor ontstond het IJsselmeer dat later voor een groot deel werd ingepolderd. In 1967 was het inpolderen klaar. Nederland had er toen een nieuwe provincie bij: Flevoland.

Gevaar

Dat het water erg gevaarlijk kan zijn, bleek in 1953. Door een grote watersnoodramp braken honderden dijken in het zuidwesten van Nederland. Meer dan 1800 mensen verdronken. Na de ramp besloot de regering dat dit nooit meer mocht gebeuren. Het zogenoemde Deltaplan moest de inwoners van Nederland tegen het zeewater beschermen.

Tijdens de watersnoodramp van 1953 verdronken niet alleen veel mensen, maar ook bijna 200 duizend dieren.

Nog altijd zijn de regering en het Waterschap bezig om Nederland veiliger te maken. Want ook de rivieren kunnen voor problemen zorgen. Als de rivierdijken doorbreken, komt een groot deel van Nederland onder water te staan. Dat gebeurde bijna in 1995 toen door de grote hoeveelheid regen het rivierwater alsmaar bleef stijgen.

Zuinig met water

Omdat er in Nederland zo veel water is, lijkt het alsof het nooit op kan. Toch moeten we zuinig met water omgaan.
Het grondwater komt overal in het land steeds lager te staan. Omdat het opgepompt wordt. Of door drainage, bijvoorbeeld onder sportvelden. Ook in woonwijken zakt het grondwater. Dat komt doordat het regenwater steeds minder goed de grond in kan lopen. Veel regenwater verdwijnt meteen in het riool en wordt vermengd met vuil afvalwater. Het kost veel geld om daar schoon drinkwater van te maken.

Details en informatie

  • Titel: Nederland waterland
  • Auteur(s): Kim Nelissen
  • Nummer: IC331
  • Niveau: 3
  • Siso: J 699