Noordhoff Uitgevers

Nieuw-Zeeland

Ver weg, Nieuw-Zeeland? Ja. En toch eet je wel eens kiwi's uit dat land of draag je een wollen trui van een Nieuw-Zeelands schaap. Nieuw-Zeeland is door de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman ontdekt. Op 13 december 1642 om precies te zijn. Tasman wilde aan land gaan, maar werd aangevallen door donkere mannen. Hij maakte dat hij wegkwam. Later werd dit nieuwe land naar de provincie Zeeland genoemd: Nieuw-Zeeland. Honderd jaar later ontdekten Engelsen Nieuw-Zeeland opnieuw. In 1840 werd het land een kolonie van Engeland.
Nieuw-Zeeland ligt aan de andere kant van de aardbol, bijna onder onze voeten. Omdat Nieuw-Zeelanders eigenlijk met de voeten naar onze voeten toe lopen, heten ze onze 'tegenvoeters'. Wil je naar Nieuw-Zeeland, dan moet je meer dan twintig uur in een vliegtuig zitten. In Nieuw-Zeeland is het seizoen het tegenovergestelde van dat in Nederland. Is het hier zomer, dan is het in Nieuw-Zeeland winter en andersom.

Nieuw-Zeeland is een bergachtig land.

Aan de andere kant

Nieuw-Zeeland bestaat uit het Noordereiland, het Zuidereiland en het kleine eiland Stewart. In totaal is Nieuw-Zeeland achtmaal groter dan Nederland. Het is een langgerekt land, het is ruim tweeduizend kilometer van het noorden naar het zuiden.
Nieuw-Zeeland is een bergachtig land waar het veel regent. Op enkele plaatsen zijn hoge besneeuwde bergen. De zuidelijke Alpen liggen op het Zuidereiland. Daar ligt de hoogste top van Nieuw-Zeeland: 3754 meter hoog. In de Alpen liggen gletsjers, waarvan de langste dertig kilometer is. Op alle eilanden liggen uitgestrekte bossen met veel mossen en varens. Er leven in Nieuw-Zeeland dieren die nergens anders voorkomen, zoals de kiwi, een loopvogel.
Nieuw-Zeeland ligt op een breuk in de aardkorst. Dat verklaart de vulkanen op het Noordereiland en de aardbevingen. Op sommige plaatsen spuiten geisers hun hete water wel dertig meter de lucht in.
De rotsachtige kust is in totaal vijftienduizend kilometer lang. Dat komt door de vele inhammen en fjorden. Aan de kust leven veel pinguins.

In Nieuw-Zeeland zijn gletsjers te zien.

Nieuw-Zeeland is dunbevolkt. Er wonen nog geen vier miljoen mensen. De bevolking bestaat uit twee groepen: blanken van Europese afkomst en Maori's. De meeste blanken komen oorspronkelijk uit Groot-Brittannië. Er wonen ook dertigduizend mensen van Nederlandse afkomst in het land. Zij emigreerden na de Tweede Wereldoorlog. Ze hoopten een beter bestaan op te kunnen bouwen.
De donkere mannen die Abel Tasman zag, waren Maori's. Hun volk woont al zo'n duizend jaar in Nieuw-Zeeland. Er wonen nu ongeveer driehonderdduizend Maori's in het land. In bijna alle dorpen of stadswijken staat een ontmoetingshuis, waar Maori's vergaderen en feesten. Want ze doen heel veel dingen samen.

Bijna alle Nieuw-Zeelanders wonen in een vrijstaand houten huis met een grote tuin eromheen. Een houten huis is goedkoop in een land met zoveel bos en is veiliger bij een aardbeving.
In Nieuw-Zeeland lopen veertig miljoen schapen rond. Het land verdient veel geld met de export van wol en lamsvlees. Ook appels en kiwi's gaan naar het buitenland.
Nieuw-Zeeland heeft niet veel delfstoffen. Daarom is er niet veel industrie. Alle luxegoederen, zoals televisies en auto's moeten worden ingevoerd. Dat maakt luxegoederen duur. Een voordeel van de geringe industrie is de schone lucht. Het afwisselende landschap van Nieuw-Zeeland trekt veel toeristen. Ze kunnen er kanovaren, bergbeklimmen, wandelen, zeilen, surfen en kajakken. Jammer voor ons, dat Nieuw-Zeeland zo ver weg ligt!

De Maori's zijn de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland.

Details en informatie

  • Titel: Nieuw-Zeeland
  • Auteur(s): Jan-Willem Driessen
  • Nummer: IC093
  • Niveau: 3
  • Siso: J Nieuw-Zeel 991