Noordhoff Uitgevers

Nomaden

Duizenden jaren geleden, in de oertijd, waren alle mensen nomaden. Het waren jagerverzamelaars. Ongeveer 7 duizend jaar geleden veranderde dat. Toen werden de eerste akkers aangelegd en gingen mensen hun eigen voedsel verbouwen.
Ook in Nederland waren er lang nomaden. Zo noem je mensen zonder vaste woonplaats die met hun familie of grotere groepen van plaats naar plaats trekken. Bijvoorbeeld scharenslijpers, die op zoek gingen naar klanten. 
In andere delen van de wereld trekken nog steeds mensen rond, dat doen ze al honderden jaren. Met karavanen vervoerden zij handelswaar, zoals zilver of zout.  Dat wordt steeds minder, omdat veel spullen nu met vliegtuigen vervoerd worden. Bovendien worden steppen en woestijnen steeds droger. Nomaden zoeken naar andere inkomsten. Zo organiseren zij kamelentochten voor toeristen. Ook trekken veel nomaden naar de stad om werk te zoeken.


Uit Bosnië kwamen berenleiders naar ons land, die beren lieten dansen op de maat van een tamboerijn. Deze berenleider stond op de kermis van Achtmaal in 1926.


Rondtrekkende herders


In Nederland zijn bijna geen mensen meer die rondtrekken. Vroeger was dat anders. Eerst trokken ze rond met karren. Maar rond 1900 hadden ze bijna allemaal een woonwagen. Er kwamen ook nomaden uit het buitenland. Deze mensen verdienden geld met klusjes of met muziek, goochelkunsten of poppenkast.
In ons land wonen nu nauwelijks meer nomaden, maar in de tropische regenwouden van Afrika zijn nog jagerverzamelaars, de pygmeeën. Voor een deel leven zij nog op de traditionele manier. Mannen trekken met pijl en boog de bossen in om te jagen. Vrouwen verzamelen vruchten. Als het voedsel opraakt, trekken ze naar een volgende plek.
De meeste nomaden zijn rondtrekkende herders, zoals de Sami. Ze leven in Lapland, het uiterste noorden van Noorwegen, Zweden en Finland. Eeuwenlang trokken de Sami met hun kuddes rendieren mee. In de winter woonden ze in hutten op een vaste plaats, maar in de zomer en tijdens de rendierentrek reisden ze te voet of op ski’s met de kuddes mee. Dan leefden ze in tenten, gemaakt van stokken en rendierenhuiden. Nu wonen de Sami in huizen, sommigen houden nog steeds rendieren. Maar nu reizen ze met sneeuwscooters of zelfs met een helikopter.

De woestijnnomaden trekken met hun koeien, geiten, schapen en kamelen door de steppen op zoek naar voedsel. Als al het gras op is, trekken de nomaden weer verder. Zij wonen in tenten die je snel kunt afbreken en makkelijk mee kunt nemen. Veel spullen hebben ze niet, want als je veel reist is het onhandig om veel mee te nemen. Het belangrijkste bezit van de nomaden is hun kudde, vooral de kamelen en dromedarissen. Ze worden gehouden voor de melk, maar ook wel als lastdier.

Problemen


De steppen en de woestijn worden steeds droger. Dat heeft te maken met het klimaat dat verandert. Hierdoor moeten nomaden steeds verder lopen om water te vinden. Zo kunnen ruzies ontstaan met boeren die ook water nodig hebben.
Een ander probleem is dat nomaden niet op landsgrenzen letten. Vaak leefde een volk al in een gebeid, voordat er grenzen waren. Ze trekken er regelmatig overheen. Veel regeringen vinden dat vervelend. Ze willen weten hoeveel mensen er in hun land wonen. Dat is handig met belasting betalen of scholen bouwen.
De Sami hebben afspraken gemaakt met de regeringen van de verschillende landen. Maar veel andere nomaden hebben dat nog niet gedaan.


Kamelen kunnen wekenlang zonder water en dragen wel 200 kilo bagage op hun rug. Daardoor zijn ze heel geschikt voor lange woestijntochten.

Details en informatie

  • Titel: Nomaden
  • Auteur(s): Karin van Hoof
  • Nummer: 9
  • Niveau: 3
  • Siso: J 954