Noordhoff Uitgevers

Openbaar vervoer

Elke dag maken anderhalf miljoen mensen in Nederland gebruik van het openbaar vervoer. Per jaar zijn dat ruim 500 miljoen mensen. Het openbaar vervoer is goed geregeld in ons land. Het is zo opgezet dat iedereen vrijwel overal kan komen. Iedereen die dat wil, kan gebruikmaken van het openbaar vervoer.

Het tegenovergestelde van openbaar vervoer is particulier vervoer, zoals je eigen auto of de touringcar, de bus van je schoolreisje. Met particulier vervoer kun je in je eentje rijden en zelf de route bepalen. Het openbaar vervoer heeft vaste routes en vaste tijden. Je deelt dit vervoer met anderen.

Een van de eerste vormen van openbaar vervoer was de trekschuit. Vanaf de zestiende eeuw kon men hiermee over kanalen en rivieren reizen. Het vervoer ging niet snel, maar was wel prettig. Tegenwoordig gaat het een stuk sneller, bijvoorbeeld met een hogesnelheidstrein.

Het vertrek van de eerste stoomtrein in Nederland was heel bijzonder. Veel mensen kwamen ernaar kijken. De rails liep langs de Haarlemmer trekvaart. Het vervoer met de stoomtrein ging wel vier keer zo snel als met de trekschuit.

Goed geregeld?

In 1839 reed de eerste stoomtrein van Amsterdam naar Haarlem. De trein werd al gauw een populair vervoermiddel. De eerste spoorlijnen werden aangelegd door rijke zakenlieden. Een groot aantal bedrijven legde sporen aan in Nederland. Daardoor ontstonden er problemen. Tussen grote steden kwamen soms meerdere spoorlijnen. Of er waren verschillende stations.

Het vervoer per autobus was ook niet goed geregeld. Iedereen die een bus had, kon mensen gaan vervoeren. De bussen reden alleen op tijdstippen en plekken waar iets te verdienen was.

De overheid heeft toen wetten gemaakt hoe het streekvervoer per trein en bus geregeld moest worden. Door deze centralisatie kwam er voor iedereen openbaar vervoer op vaste tijdstippen en op vaste lijnen. Op een dienstregeling kon je zien hoe laat de bus of trein vertrok. Ook op rustige tijden en in dunbevolkte gebieden werd het openbaar vervoer beter geregeld.

Dit kost natuurlijk heel veel geld. Daarom wilde de overheid zich in 1988 weer minder gaan bemoeien met het openbaar vervoer. Dat betekende dat de steden voortaan zelf een vervoersbedrijf konden zoeken dat goed vervoer regelde en toch goedkoop was.

Allerlei soorten

De trein is nu een heel populair vervoermiddel. Vooral voor de grote afstanden, je reist dan met de intercity. Een andere vorm van openbaar vervoer is de tram. De tram is bedoeld voor korte afstanden in de stad. Hij rijdt op stroom uit de bovenleiding. Auto’s en fietsers moeten wachten, de tram heeft altijd voorrang.

De metro is een trein onder de grond. Door lange tunnels reis je heel snel van de ene naar de andere kant van de stad.

Bussen rijden er in heel veel soorten. De meeste rijden op diesel. Diesel is niet goed voor het milieu. Daarom rijden er inmiddels veel bussen op schonere brandstoffen. In dunbevolkte gebieden rijden kleine bussen. In drukke steden juist extra lange zodat alle reizigers erin passen.

Is dit de toekomst? De Nederlandse wetenschapper Wubbo Ockels heeft een superbus ontwikkeld. Deze bus rijdt elektrisch en is zelfsturend. Op een speciale rijstrook kan deze bus tussen de 150 en 250 km per uur rijden! De bus is nog niet in gebruik.

Voor het openbaar vervoer moet je betalen. Vroeger kocht je een papieren kaartje, tegenwoordig betaal je meestal met een ov-chipkaart. Dat doe je door de kaart voor een apparaat te houden als je instapt én uitstapt. Je hoeft niet meer te wachten voor een loket of automaat.

Als je gek bent van treinen en je wilt een bijzondere treinreis maken, dan kan dat met de Trans-Siberië Express. Die rijdt van Europa door Rusland naar China. De route is duizenden kilometers lang.

Dit is een samenvatting van het Informatie-boekje 398 Openbaar vervoer.

Details en informatie

  • Titel: Openbaar vervoer
  • Auteur(s): Lonneke Snijder
  • Nummer: 398
  • Niveau: 4
  • Siso: J 657.2