Noordhoff Uitgevers

Paarden

Paarden komen van oorsprong uit Noord-Amerika. Ze leefden er in het wild. Tegenwoordig zie je paarden op heel veel plekken in de wereld. In Nederland leven er ongeveer een half miljoen. Ze staan bij boeren in het weiland, bij maneges of op iemands stukje land. Het paard is het lievelingsdier van veel mensen. Ze zijn stoer, vriendelijk en je kunt ze dingen leren. Paarden die in het weiland staan, zijn getemd. Ze zijn tam gemaakt en gewend aan mensen. Op een paar plekken in de wereld leven verwilderde paarden. Deze zijn ooit 'ontsnapt' aan de mensen en weer wild geworden.











De konik stamt af van het wilde paard dat duizenden jaren geleden leefde. Het zijn sterke, krachtige paarden.

Groot en klein

Er bestaan in de wereld tweehonderd ponyrassen en paardenrassen. Pony's vormen eigenlijk de kleinere rassen binnen de paardenfamilie. Ze zijn klein en stevig gebouwd. Tussen een paard en een pony is de schoft-hoogte het grootste verschil. De hoogte wordt gemeten bij de schoft, dat is de plek waar de rug overgaat in de nek. Er zijn twee groepen paarden. Je hebt vol- of warmbloeden. Dat zijn de rijpaarden. Ze zijn snel, slank en fel. Er zijn ook koudbloeden. Die zijn zwaargebouwd, sterk en rustig. Het Friese paard is een heel oud Nederlands koudbloed paardenras. Hij is diepzwart met golvende manen. Het opvallend lange haar aan de benen heet behang.












Hier zie je de verschillen tussen de paardenrassen.

Paarden eten alleen plantaardig voedsel. Het zijn dus herbivoren. Ze zijn dol op bladeren van bomen, gras, kruiden, waterplanten, appels en wortels. Maar ze houden ook van ruwer voedsel zoals rietstengels, plantenwortels of stugge grassoorten. Dat is eigenlijk ook beter voor ze. Paarden hebben lange darmen. Grof voer houdt de darmen in beweging. Paarden drinken per dag twintig tot veertig liter water. Een paard kan goed buiten leven. Ook 's nachts en als het koud is. Hij blijft altijd warm genoeg. Echte buitenpaarden krijgen in de herfst een wintervacht. Die bestaat uit verschillende soorten haar. Fijn haar, stug haar, en haar dat regen tegenhoudt. Een paard houdt zich ook warm door te bewegen.

Paarden zijn edele dieren, vinden paarden-liefhebbers. Ze vinden paarden rijk en voornaam. Dat komt waarschijnlijk doordat vroeger vooral mensen van adel op paarden reden. Maar ook omdat paarden altijd heel belangrijk zijn geweest voor mensen. Als hulp bij zwaar werk, als vervoermiddel én als strijdmakker. Werkpaarden hielpen vroeger de boeren op het land. Ook trokken ze karren, totdat vrachtwagens en tractoren dit werk overnamen. Tegenwoordig vind je nog werkpaarden bij de politie. Ze zijn getraind om rustig te blijven. Ze schrikken dus niet zo gauw van geschreeuw of ander lawaai. Sportpaarden zijn eigenlijk ook werkpaarden. De allerbeste rijpaarden worden voor wedstrijden van stal gehaald.

Details en informatie

  • Titel: Paarden
  • Auteur(s): Diana Doornenbal
  • Nummer: JC249
  • Niveau: 1
  • Siso: J 633.5 / J 618.4