Noordhoff Uitgevers

Paddestoelen

De meeste paddenstoelen komen in de herfst uit de grond. De vliegenzwam is heel bekend. Het is de paddenstoel uit het liedje: 'Op een grote paddenstoel, rood met witte stippen'. Hij groeit uit een knol die in de grond zit. De steel en de hoed komen boven de grond uit. Aan de onderkant van de hoed lopen lijntjes. Dat zijn de plaatjes. Daartussen groeien sporen. De sporen worden op verschillende manieren verspreid. Door de wind of door de poep van dieren die de paddenstoelen opeten.

Een paddenstoel maakt miljoenen sporen. Dat zijn zaadjes waaruit later nieuwe paddenstoelen kunnen groeien.

Van spore tot paddenstoel

Als een spore op de grond terechtkomt, kan er een paddenstoel uit groeien. Dat gebeurt alleen als de grond een beetje vochtig is. En het moet niet te warm en niet te koud zijn. Een paddenstoel maakt ontzettend veel sporen. Ze wegen niets en dwarrelen soms ver weg. Er zijn er daarom altijd wel een paar die op een goed plekje terechtkomen. Uit de spore groeit eerst één wit draadje. Al gauw is er een wirwar van witte draadjes: de zwamvlok. Aan het uiteinde van een draadje groeien kleine knobbeltjes. Die duwen zich omhoog door de grond en daar is hij dan... de paddenstoel. Een zwamvlok en een paddenstoel heten samen zwam.

In Nederland komen 3500 soorten paddenstoelen voor. Sommige zijn eetbaar, andere juist niet. Pas op voor de groene knol-amaniet, de krulzoom en de inktzwam. Ook de mooie vliegenzwam is giftig. Eetbare paddenstoelen zijn de cantharel (zeg: kan-taa-rel), de oesterzwam, het eekhoorntjesbrood en verschillende soorten champignons (zeg: sjam-pin-jons). Champignons groeien in het wild, maar worden ook gekweekt. Dat gebeurt in speciale schuren met compost van stro en paardenmest. Champignons groeien in het donker. Daardoor blijven ze zo mooi wit. Na drie weken zijn de champignons klaar om te worden geplukt. Ze worden afgesneden en naar de winkel gebracht. De compost in de schuren wordt vernieuwd. Dan kunnen er weer nieuwe champignons groeien. Paddenstoelen groeien heel snel. De ene dag is er nog niets te zien, de volgende dag staat er een paddenstoel! Vroeger begrepen mensen niet waar paddenstoelen vandaan kwamen. Daarom verzonnen ze allerlei verhalen. Bijvoorbeeld dat er een duivel door het bos liep, verkleed als pad. Als de pad moe was, liet hij een 'stoel' uit de grond groeien. Daar kon hij dan even op uitrusten. Vandaar dus de naam 'paddenstoel'. De mensen gaven paddenstoelen vroeger vaak namen waar het woord heks of duivel in voorkwam. Heksenboleet en duivelsbrood bijvoorbeeld. En paddenstoelen die in een cirkel groeiden, noemden ze heksenkring.

Een pad op een stoel. Zo komt de paddenstoel aan zijn naam.

Details en informatie

  • Titel: Paddestoelen
  • Auteur(s): Cora Willemse
  • Nummer: JC126
  • Niveau: 2
  • Siso: J 587.2