Noordhoff Uitgevers

Pesten

Pesten. Heel veel kinderen hebben er wel eens mee te maken. Als je erg gepest wordt, is het een ramp. Voor de pesters zelf is het ook niet goed. Zij doen het vaak om erbij te horen. Pesten is voor iedereen vervelend, ook als je geen slachtoffer of dader bent. Het verpest de sfeer in de klas. Het leren lijdt eronder.
Pesten is niet hetzelfde als plagen. Plagen doe je voor de lol, maar pesten is gemeen. Het is bedoeld om iemand pijn te doen. Pesten kan jarenlang doorgaan.
Kinderen kunnen gepest worden omdat ze ergens door opvallen. Door de kleur van hun huid, of de kleren die ze dragen. Het kan van alles zijn. Ook stille kinderen kunnen het slachtoffer zijn.
Leerkrachten en ouders doen hun best om het pesten te stoppen. Maar het is een taai probleem dat telkens weer de kop op steekt.

Niet mogen meedoen, getreiterd worden of bang zijn voor kinderen die jou steeds moeten hebben. Pesten geeft veel verdriet.

Verschillende manieren van pesten

Bijna de helft van alle kinderen pest wel eens. De meesten af en toe, de ergsten elke dag. Jongens pesten meer dan meisjes. De meeste kinderen zijn meelopers. Zij doen mee om erbij te horen. En om te voorkomen dat ze zelf gepest worden. Passieve meelopers staan erbij en kijken ernaar. Zij helpen het slachtoffer niet.
Pesten gebeurt op verschillende manieren. Iemand uitschelden voor bleekscheet is verbaal pesten. Een manier van pesten die steeds vaker voorkomt is digitaal pesten.
Je weet dan vaak niet wie de pestkop is.
Jongens pesten anders dan meisjes. Jongens pesten vaak lichamelijk. Ze pakken hun slachtoffer hardhandig aan met klappen en trappen. Deze manier van pesten valt eerder op, omdat kinderen er blauwe plekken aan over houden. Pesten door meisjes gebeurt vaak veel onopvallender. Daardoor duurt het vaak langer voordat een volwassene het in de gaten heeft. Meisjes kunnen heel vals doen. Ze pakken vriendinnen van elkaar af of ze doen net of een ander meisje niet bestaat.

Erbij horen

Iedereen wil graag ergens bijhoren. Ook pesters. Veel pesters doen stoer, maar voelen zich niet zo flink. Door met een groepje mee te doen verbergen ze hun onzekerheid. Ze zijn bang dat ze vrienden verliezen als ze er mee stoppen. Vaak beseffen pesters niet hoe erg pesten is. Ook gepeste kinderen willen graag bij een groep horen. Maar zij staan vaak alleen. De meeste kinderen vertellen niet aan hun ouders dat ze gepest worden, omdat ze zich er voor schamen. Soms denken ze dat het hun eigen schuld is, ze gaan negatief over zichzelf denken. Ze voelen zich eenzaam en kunnen er zelfs depressief van worden.

Pesten stoppen

Wat kun je tegen pesten doen? Je kunt bijvoorbeeld samen met andere kinderen in actie komen. Als de pester hoort dat veel kinderen protesteren, is de kans groot dat er een eind aan komt. Praten helpt ook. Vertel het thuis of tegen je juf of meester. Je kunt het ook tegen de vertrouwenspersoon op school vertellen.
Om het pesten te stoppen kunnen Sova-trainingen helpen. Tijdens de trainingen worden situaties nagespeeld. Ook leer je allerlei vaardigheden: bijvoorbeeld goed luisteren of complimenten maken.

De tegel met het lieveheersbeestje is het symbool tegen zinloos geweld. Met zo'n tegel op het speelplein laten scholen zien dat ze geen pesten, agressie en geweld willen.

Details en informatie

  • Titel: Pesten
  • Auteur(s): Zeger van Mersbergen
  • Nummer: IC346
  • Niveau: 3
  • Siso: J 419.3