Noordhoff Uitgevers

Pinguïns

Pinguïns wonen vooral in koude gebieden. Ze leven op de Zuidpool en in de landen en eilanden die daar dichtbij liggen. Er zijn ook pinguïn soorten die van warmere gebieden houden. Er leven bijvoorbeeld pinguïns op de Galapagos-eilanden. Pinguïns hebben vleugels, maar toch kunnen ze niet vliegen. Ze lopen rechtop. Of ze laten zich op hun buik vallen en glijden over het ijs. Een pinguïn komt het snelst vooruit in het water. Hij schiet snel en sierlijk door de golven. Zo gaat hij op zoek naar eten. Een grote keizers-pinguïn kan wel 25 kilometer per uur zwemmen. Maar dat lukt alleen als er gevaar dreigt. Meestal zwemt hij wat rustiger.

Deze keizers-pinguïn jaagt op vis. Hij kan wel twintig minuten onder water blijven.

Samenzijn

Ooit leefden er vijftig soorten pinguïns op aarde. Nu zijn dat er nog maar zeventien. De grootste soort is de keizers-pinguïn. Die wordt 120 centimeter lang, zo groot als een kind van vijf. De kleinste soort leeft op de kusten van Australië. Deze dwerg-pinguïn wordt 35 centimeter lang. Pinguïns leven in grote groepen bij elkaar. Zo'n groep heet een kolonie. Een kolonie bestaat soms uit tienduizenden vogels. In de kolonie is niemand de leider of de baas. Omdat ze zo dicht op elkaar wonen, wassen pinguïns zich veel en vaak. Dat is vooral nodig omdat ze hun guano overal heen spuiten. Guano is poep van zeevogels.

De pinguïns hebben een vast dagritme. Ze doen steeds allemaal hetzelfde.

Een pinguïn-vrouwtje en een pinguïn-mannetje vormen samen een koppel. Dat is een paartje. Ze blijven elkaar hun hele leven trouw. Elk jaar zoeken ze elkaar aan het begin van het broed-seizoen weer op. Dat is wel moeilijk tussen de tienduizenden pinguïns. Onder het zoeken roepen ze. Als ze elkaar gevonden hebben, maken ze een nest. Als dat klaar is, paren de pinguïns. Daarna legt het vrouwtje twee eieren. Daarvan broedt ze er één uit. Het eitje van de dwergpinguïn is drie centimeter lang. Het ei van de keizerspinguïn is wel elf centimeter lang. Hoe groter het ei is, hoe langer de broedtijd duurt.

In Nederland leven geen pinguïns in het wild, maar wel in dierentuinen. De eerste pinguïns werden in 1874 gekocht door Artis in Amsterdam. Tegenwoordig worden er in Artis elk jaar zo'n vijftig pinguïn-kuikens geboren. Er mogen er een paar blijven, maar de rest wordt verkocht. Ze gaan naar dierentuinen in andere steden of landen. In een dierentuin leven de pinguïns in een speciaal aangelegd verblijf. Dat lijkt op de omgeving waarin ze in het wild voorkomen. Als ze zich in het verblijf veilig voelen, leggen ze eieren en brengen ze hun jongen groot.

Details en informatie

  • Titel: Pinguïns
  • Auteur(s): Marjon Sarneel
  • Nummer: JC206
  • Niveau: 1
  • Siso: J 598.8