Noordhoff Uitgevers

Planeten (Junior)

Hoog in de lucht kun je 's nachts, als het donker is, sterren zien. Het zijn kleine fonkelende lichtjes. Ze staan in groepjes bij elkaar, altijd op dezelfde plek. Een groepje sterren met een naam noem je een sterrenbeeld. Grote Beer en Tweelingen zijn daar voorbeelden van. Sommige sterren hebben geen vaste plek. Ze bewegen en staan de ene keer dichtbij het sterrenbeeld Vissen en de andere keer bij Leeuw. De Grieken noemden zo'n bewegende ster 'planeet'. Dat woord betekent eigenlijk reiziger. Lichtpuntjes aan de hemel kunnen dus sterren of planeten zijn. Ze lijken klein, maar dat komt omdat ze zo ontzettend ver van de aarde staan.

De Grote Beer lijkt op een steelpannetje. Hij bestaat uit fel schijnende sterren. Daardoor kun je hem bijna altijd zien.

Eén zon en negen planeten

De aarde is een planeet. Er zijn nog acht andere planeten. Ze draaien allemaal om de zon. Dat doen ze niet allemaal even snel. De aarde heeft er precies een jaar voor nodig. Op de planeet Mercurius duurt een jaar maar 88 dagen. Mercurius staat het dichtst bij de zon en draait er dus het snelst omheen. Maar een dag duurt er 58 dagen, en op de aarde maar 24 uur. Mercurius draait snel om de zon, maar langzaam om zijn eigen as. Ingewikkeld, he? De zon en de negen planeten eromheen heten samen ons zonnestelsel. In het heelal zijn oneindig veel zonnestelsels.

Je hebt misschien wel eens van Mars en van Venus gehoord. Het zijn allebei planeten, maar ze zijn heel erg verschillend. Mars is als een koude, droge woestijn. Overal ligt fijn rood zand en gesteente. Mars heeft vier seizoenen, net als de aarde. Maar omdat Mars veel verder van de zon ligt, vriest het er vaak flink. Op Venus is alles anders. Je kunt er niet leven. Het is er wel 500 graden en het regent voortdurend giftig zwavelzuur uit oranje wolken. Op Venus zijn heel veel vulkanen, kraters en meren vol gloeiende lava.

Er bestaat een boek dat heet Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus. De schrijver noemde het boek zo, omdat hij mannen en vrouwen net zo verschillend vindt als de planeten Mars en Venus.

Er zijn planeten die je op sommige tijden gewoon kunt zien. Venus is de gemakkelijkste planeet om te herkennen. Hij staat 's ochtends vroeg nog even aan de hemel, voordat de zon opkomt. En 's avonds is Venus het eerste lichtpuntje als de zon is ondergegaan. Venus wordt daarom wel ochtend- of avondster genoemd. Om andere planeten en sterren te kunnen zien, heb je een telescoop nodig. Op sommige plaatsen in Nederland staat een sterrenwacht. Die is af en toe ook voor gewone mensen open.

Een sterrenwacht ligt vaak ver buiten steden en dorpen. Want hoe donkerder het om je heen is, hoe meer sterren je kunt zien.

Details en informatie

  • Titel: Planeten (Junior)
  • Auteur(s): Annemarie Bon
  • Nummer: JC091
  • Niveau: 2
  • Siso: J 552.4