Noordhoff Uitgevers

Pleegkinderen

Sommige kinderen wonen niet bij hun eigen ouders. Niet omdat ze ergens gezellig een poosje logeren, maar omdat hun ouders niet goed voor hen kunnen zorgen. Voor zulke kinderen wordt een plekje gezocht in een pleeggezin. Natuurlijk gebeurt dat niet zomaar. Je wordt geen pleegkind als je ouders eens een keer ruzie hebben. Dat kan alleen gebeuren als de problemen zo groot zijn, dat je ouders ze niet meer zelf kunnen oplossen. Ook niet met hulp van familie of vrienden. Die ernstige problemen zijn niet in alle gezinnen dezelfde. Soms zijn ouders erg ziek. Of ze zijn verslaafd aan alcohol of drugs. Andere ouders zijn psychisch ziek of ze mishandelen hun kinderen. Bij zulke ernstige problemen moet er hulp van buitenaf komen.

Een pleeggezin dat bij je past

Als ouders of kinderen zelf hulp willen vragen, kunnen ze terecht bij Bureau Jeugdzorg. Dat is een organisatie waar allerlei hulpverleners werken. Dat zijn mensen die voor hun werk andere mensen helpen. De hulpverlener luistert goed naar de ouders en de kinderen. Ook stelt hij allerlei vragen. Wat er precies aan de hand is. Wat er fout gaat en wat goed. Hoe het beter zou kunnen. Daarna maakt de hulpverlener een plan voor een oplossing. Dat kan zijn dat de kinderen tijdelijk uit huis gaan. Zo krijgen de ouders tijd en rust om hun problemen op te lossen. De hulpverlener legt dan contact met de Voorziening voor pleegzorg. Daar werken mensen die zijn gespecialiseerd in het zoeken van pleeggezinnen. Ook begeleiden zij pleegkinderen en pleegouders.

Een pleegzorg-begeleider praat geregeld met de pleegouders, met hun eigen kinderen en met het pleegkind.

Als ouders het ermee eens zijn dat hun kinderen tijdelijk in een pleeggezin gaan wonen, gebeurt dat vrijwillig. Het komt ook vaak voor dat kinderen gedwongen uit huis worden geplaatst. Dat gebeurt als kinderen thuis niet meer veilig zijn. Als ze bijvoorbeeld worden mishandeld of seksueel misbruikt. Dan beslist de kinderrechter dat de kinderen naar een pleeggezin moeten.
Ouders die niet goed voor hun kinderen zorgen, krijgen van de rechter een beperking van de ouderlijke macht. Ze mogen niet meer zelf over hun kinderen beslissen. Het gezin krijgt een gezinsvoogd. Die neemt de ouderlijke macht over.

Een oma en opa zijn vaak goede pleegouders.

Als kinderen uit huis moeten, onderzoekt de pleegzorg eerst of er een plekje is bij familie. Lukt dat niet, dan kijken ze of er een pleeggezin is dat bij het kind past. Het is belangrijk dat een kind zich zo goed mogelijk thuis voelt. Het is immers al moeilijk genoeg om bij je eigen ouders weg te moeten. Pleegkinderen zijn daarom de eerste tijd vaak boos en verdrietig. Pleegouders moeten heel veel geduld hebben en veel voor het kind over hebben. Als je pleegouder wilt worden, moet je eerst een cursus doen. Zodat je goed weet waar je aan begint als je voor het kind van iemand anders gaat zorgen.
Iedereen die merkt dat er in een gezin iets ernstig mis is, moet dit melden. Dat kan bij een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Dat vind je in iedere stad.

Details en informatie

  • Titel: Pleegkinderen
  • Auteur(s): Jeanet de Pee
  • Nummer: IC148
  • Niveau: 4
  • Siso: J 323.5