Noordhoff Uitgevers

Polders

Nederland heeft de meeste polders van de wereld. De oudste is de Beemster in Noord-Holland. Die werd aangelegd in 1608. Polders werden en worden gemaakt ter bescherming tegen het water. Nederland ligt onder de zeespiegel. Dat betekent dat het land lager ligt dan de zee. Het kan dus gemakkelijk overstromen. De duinen langs de Noordzee beschermen het land. En langs de rivieren werden dijken aangelegd. Een andere reden om polders te maken, was om land te winnen. Zo ontstond de Beemster ook. In de 16e eeuw (1500-1600) groeide de stad Amsterdam hard. Er was grond nodig waar voedsel verbouwd kon worden en waar mensen konden wonen. De Beemster is niet veel veranderd sinds hij 400 jaar geleden werd aangelegd. De polder is nu wereldberoemd en staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Net als bijvoorbeeld de Chinese Muur of de piramides in Egypte.


De Beemster is opgedeeld in rechthoekige stukken grond.


Hoe blijft een polder droog?

Een stuk land dat is drooggelegd, moet natuurlijk droog blijven. Vroeger hielden poldermolens het land droog. Er stonden 200 jaar geleden maar liefst 9 duizend van deze molens in Nederland. Poldermolens pompten het water uit de polder naar een hoger gelegen gebied achter de dijk. Vanaf die plek kon het terug naar zee of naar een rivier worden gepompt. De molens werkten prima, maar … niet als er geen wind was. Dat was een probleem. Zo liepen de polders bij flinke regenbuien alsnog onder water. Daar werd iets op gevonden: het gemaal. Dat is een uitvinding uit de 19e eeuw (1800-1900). Een gemaal werkt niet op wind, maar wordt aangedreven door motoren. Ze doen het dus altijd. Bovendien is een gemaal veel sterker dan een molen. Een gemaal kan meer water wegpompen, en ook nog sneller. Tegenwoordig zorgen gemalen er dus voor dat het waterpeil in de polder goed blijft. Dat is belangrijk voor de landbouw en veeteelt in zo’n gebied.

Dit is het Woudagemaal in de provincie Friesland. Het is een van de grootste gemalen in de wereld.

Alles regelen

Elke dag opnieuw moet er gekeken worden of het waterpeil in de polder goed is. Dat regelen van het waterpeil is een belangrijke taak. De waterschappen voeren die taak uit. Een waterschap regelt alles wat met water te maken heeft in een bepaald gebied. Ook het drinkwater bijvoorbeeld. Het waterschap controleert ook of de dijken nog stevig genoeg zijn. Als ze niet veilig genoeg zijn, worden ze gerepareerd. Dat kost allemaal veel geld. Iedereen in Nederland betaalt er aan mee in de vorm van waterschapsbelasting
De waterschappen bestaan al heel lang. De eerste werden opgericht in de middeleeuwen. Elk gebiedje had toen zijn eigen waterschap. Er waren wel een paar duizend waterschappen. Door steeds meer te gaan samenwerken, kwamen er minder waterschappen. In onze tijd zijn er nog 24 waterschappen. Er bestaan ook jeugdwaterschappen. Ze willen jongeren voor water interesseren. Bijvoorbeeld door op scholen te vertellen over het werk van de waterschappen. 

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 4 Polders.


Details en informatie

  • Titel: Polders
  • Auteur(s): Jeroen Denters
  • Nummer: 4
  • Niveau: 3
  • Siso: J 699.2