Noordhoff Uitgevers

Raceauto’s

Raceauto's kunnen wel harder dan driehonderd kilometer per uur rijden. De bestuurder van een raceauto noem je een coureur. Kinderen die later coureur willen worden, beginnen vaak te racen in een kart. In die miniraceauto kun je ook flink hard: ruim honderd kilometer per uur. Het bekendste merk raceauto is: Ferrari. Raceauto's hebben gladde, ronde vormen zodat de wind er makkelijk overheen kan waaien. De vleugels of spoilers zorgen ervoor dat de auto op de weg blijft. De lucht blaast over de vleugels en drukt de auto tegen de grond.

Razendsnel gaan ze, deze racewagens!

Technische onderdelen

In een raceauto is maar plaats voor één persoon. De rest van de ruimte is voor technische onderdelen zoals de motor. Die zit achterin en de kracht ervan wordt uitgedrukt in paardenkrachten, kortweg pk. Een motor van een gewone auto heeft tussen de 70 en 120 pk. Raceauto's hebben motoren met soms wel meer dan 500 pk. Een raceauto kan snel optrekken en afremmen. Het stuur van een raceauto zit vol met knopjes en hendels. Bijvoorbeeld een hendel om mee te schakelen. Zo hoeft de coureur zijn stuur niet los te laten. Op een scherm ziet de coureur hoe hard hij rijdt en in welke versnelling.

Dit is Sebastian Vettel. Hij werd al wereldkampioen toen hij 23 jaar was.

Raceauto's die even sterk zijn, zitten samen in een raceklasse. De klasse met de snelste en duurste raceauto's is de Formule 1. De wedstrijden heten de Grand Prix (zeg: gran prie). Dat is Frans voor 'grote prijs'. In elke Grand Prix-wedstrijd kan een coureur punten verdienen voor het wereldkampioenschap. Wie in een jaar de meeste punten haalt, wordt wereldkampioen. Soms rijden verschillende klassen door elkaar. De '24 uur van Le Mans' is een wedstrijd waarbij coureurs 24 uur achter elkaar door rijden. Wie de meeste rondes rijdt, wint. Het gaat dan niet alleen om snelheid. De vraag is wie het het langste volhoudt.

Rond het jaar 1900 werden er voor het eerst autoraces georganiseerd. Dat waren wedstrijden op gewone wegen voor gewone auto's. Er gebeurden veel ongelukken bij. Racen is nog steeds gevaarlijk. Auto's kunnen over de kop slaan en in brand vliegen. De auto's zijn wel veel veiliger dan vroeger. Er zijn speciale kreukelzones aan de voor- en achterkant. Het deel waar de coureur zit, de cockpit, kan niet indeuken. Het is verstevigd met zware stangen. De coureur kan er uitklimmen als het nodig is. De coureur draagt een speciaal pak dat hem beschermt tegen brand. Hij draagt ook een helm.

Details en informatie

  • Titel: Raceauto’s
  • Auteur(s): Janneke Dijke
  • Nummer: JC295
  • Niveau: 1
  • Siso: J 657.72