Noordhoff Uitgevers

Reddingboten

Bij de Nederlandse Kustwacht komen alle nood-meldingen binnen. Een zwemmer in nood, een vermoeide surfer, een omgeslagen boot. Dan regelt de kustwacht hulp. Nederland is een waterland. En op of in dat water kan er best wat misgaan. Veel boten hebben een marifoon aan boord. Dat is een soort telefoon voor op zee. Als mensen op zee dus iets zien, kunnen ze de kustwacht bellen. De kustwacht heeft eigen boten en helikopters van het leger en de politie. En ook nog alle reddingboten van de KNRM. Dat is de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Daar werken veel vrijwilligers. Die werken daar zonder dat ze er geld voor krijgen. Elk jaar worden ongeveer 3 duizend mensen gered door een reddingboot van de KNRM.



 








De redders worden opgebeld als er iets aan de hand is. Ze moeten dan direct komen
.

De zee op

De KNRM heeft zo'n veertig redding-stations langs de kust. Daar liggen een of meer reddingboten. Bij de meeste redding-stations is een haven waar de reddingboot ligt. Soms is er geen haven. Dan ligt de reddingboot in een grote schuur: het boothuis. De boten van de KNRM rukken ongeveer 1800 keer per jaar uit. De meeste reddingacties zijn op de Noordzee en op het IJsselmeer. Dat gebeurt meestal in de periode van april tot oktober. Er zijn zeven verschillende soorten reddingboten. De grootste is achttien meter lang. Er kunnen 120 mensen tegelijk mee worden gered. De kleinste boot kan maar vijf mensen redden. Elke reddingboot heeft een sterke motor.



 








Redder zijn bij de KNRM is best gevaarlijk werk.

Om mensen te kunnen redden, hebben de reddingboten hulpmiddelen aan boord. Zoals een beweegbare klep aan de achterkant van de boot. Met die klep kan iemand makkelijk uit het water geschept worden. Een drenkeling, iemand die uit het water is opgevist, is meestal erg koud geworden. Aan boord wordt hij daarom in een speciale warme brancard (zeg: brankaar) gelegd. Dat is een soort draagbaar bed. De bemanning van een reddingboot heeft verschillende cursussen gevolgd om dit werk te kunnen doen. Ze oefenen elke week met de boot. Ze leren de boot besturen, apparaten bedienen, kaart lezen en gewonde mensen verzorgen.

Vroeger werden reddingboten door paarden in het water getrokken. Eenmaal in het water ging de bemanning roeien. Vanaf 1907 kwamen er steeds meer motor-reddingboten. Van elke redding wordt een verslag gemaakt. Dat heet een redding-rapport. Daarin vertelt de bemanning hoe de redding is gegaan. Als je nieuwsgierig bent, kun je de verhalen lezen op de website van de KNRM. Of ga naar het redding-museum in Den Helder. Er is van alles te zien wat met reddingwerk op zee te maken heeft. Er zijn ook redding-musea in Hoek van Holland en in Hollum op Ameland. Wie regelmatig geld aan de KNRM geeft, mag zich 'Redder aan de wal' noemen. Je krijgt dan een tijdschrift toegestuurd en je mag elk jaar naar de nationale redding-bootdag.

Details en informatie

  • Titel: Reddingboten
  • Auteur(s): R. Prins/J. Veltkamp
  • Nummer: JC240
  • Niveau: 1
  • Siso: J 658.37