Noordhoff Uitgevers

Robots

Mensen fantaseren al eeuwen over werktuigen die opdrachten kunnen uitvoeren. Al meer dan tweeduizend jaar geleden dacht de Griekse filosoof Aristoteles erover na. In 1495 ontwierp de Italiaanse kunstenaar en uitvinder Leonardo da Vinci een pop die kon bewegen met behulp van tandwielen en andere mechanica. Zo'n automaat werd vanaf het jaar 1700 populair als een soort speelgoed voor volwassenen. Automaten zijn de voorlopers van robots. De robots van nu worden bestuurd door computers.
Robots onderzoeken hun omgeving en reageren daarop. Daardoor lijkt het alsof robots kunnen denken. Maar dat is niet zo. Mensen programmeren de computer. Door de opdrachten van de computer zijn robots in staat om problemen zelf op te lossen. Ook lukt het steeds beter om met een robot mensen te helpen die een lichaamsonderdeel missen, bijvoorbeeld een arm of een been. Met behulp van een bionisch onderdeel kunnen zij toch goed functioneren.

De pop van Leonardo da Vinci was nog eenvoudig. Een robot die kan voetballen is een héél stuk ingewikkelder om te maken.

Fantasie en werk

Robots komen veel voor in verhalen en films. Mensen fantaseren er graag over. Vooral in sciencefiction komen vaak robots voor. Heel bekend zijn de Star Wars-films. De robots in deze films hebben een menselijk karakter. Dat maakt ze grappig. Maar robots hebben niet de gevoelens van mensen. Daardoor zijn ze ook een beetje griezelig. Dat maakt zo'n film of boek extra spannend.
Veel van wat vroeger fantasie was, is nu werkelijkheid geworden. Dertig jaar geleden was er een televisieserie met een robothondje. Nu mogen kinderen in een ziekenhuis in Hoorn knuffelen met een robotzeehond. Als ze het zeehondje aaien, knijpt het zijn ogen dicht en maakt het zeehondengeluidjes.

In het werkelijke leven werken de meeste robots in autofabrieken. Ze lassen, spuiten en zetten auto's in elkaar. Maar er is ook een robotstofzuiger die zelf zijn weg vindt door het huis. Boeren hebben een robot om hun koeien te melken. Ook worden er steeds meer robots gebruikt om mensen te opereren. Operatierobots zijn kleiner dan de handen van een mens. Daardoor hoeft de chirurg de patiënt niet open te snijden. Een paar kleine gaatjes zijn voldoende voor de robot. De chirurg bestuurt de robot met een soort joystick.
In ziekenhuizen wordt steeds vaker een exoskelet gebruikt. Met behulp van zo'n robot kan een verpleegkundige in haar eentje een patiënt optillen. Het wordt ook gebruikt door mensen die verlamd zijn geraakt. Het exoskelet voelt lichte bewegingen in de spieren aan en weet zo wat iemand wil. Het kan dan de persoon helpen bij de beweging die hij wil maken.

Waarnemen en emoties

Mensen verzamelen voortdurend informatie over hun omgeving. Dat doen ze met hun zintuigen. Een robot heeft geen zintuigen. Hij neemt zijn omgeving waar met sensoren. Sommige robots hebben een ingebouwd kompas. Op die manier weten ze in welke richting ze gaan. Zo rijden in de Rotterdamse haven transportwagens rond zonder chauffeur.

Sensoren in deze robothand meten hoeveel druk er nodig is om iets vast te pakken. Dit soort robots kan bijvoorbeeld producten inpakken in een fabriek.

Een robot heeft ook geen emoties. Hij kan niet blij zijn of verdrietig. Maar er worden steeds meer robots gemaakt die emoties herkennen en ze zelf kunnen laten zien. Zo'n robot kan een gezellige huisgenoot zijn voor eenzame mensen. Maar dan moet hij wel kunnen zien dat iemand verdriet heeft en getroost wil worden. Robotdeskundigen denken dat deze robots in de toekomst veel zullen worden ingezet in ziekenhuizen en bejaardentehuizen. Er zijn zelfs mensen die denken dat we in de toekomst verliefd zullen worden op robots!

Details en informatie

  • Titel: Robots
  • Auteur(s): Karin van Hoof
  • Nummer: IC309
  • Niveau: 3
  • Siso: J 527.7