Noordhoff Uitgevers

Roofvogels

Roofvogels zijn snelle en sterke jagers. Dat is ook nodig, want ze eten andere dieren. Roofvogels verschillen van andere vogels door hun uiterlijk en hun manier van leven.
Over de hele wereld komen ongeveer driehonderd soorten roofvogels voor. Daarvan leven er veertien in Nederland. De buizerd komt in ons land het meest voor.
Roofvogels staan aan de top van de voedselpiramide. Dat betekent dat zij andere dieren eten, maar zelf geen dieren als vijand hebben. Het voedsel van roofvogels bestaat vooral uit muizen, konijnen en jonge vogeltjes. Sommige roofvogels, zoals gieren, eten alleen dode dieren. Gieren komen in Nederland niet voor, in Europa zie je ze wel in de Pyreneeën.

In de winter komt de zeearend vanuit het noorden naar Nederland. Hij is de grootste roofvogel die in ons land voorkomt en jaagt vooral op vis.

Jagers

Roofvogels hebben ogen waarmee ze heel goed afstanden kunnen schatten. Dat komt hun goed van pas bij het jagen, ze moeten snel zijn om hun prooi te verrassen. De manier waarop ze jagen, verschilt per soort. Sommige roofvogels hebben een grote spanwijdte, zoals de zeearend. De afstand van het puntje van de ene vleugel tot het puntje van de andere is bij de zeearend bijna twee en een halve meter. Dit soort roofvogels maakt zweefvluchten op zoek naar voedsel. Een valk heeft juist spitse vleugels. Daarmee kan hij in korte tijd een hoge snelheid maken. Hij kan ook bidden in de lucht. Zijn kop beweegt dan niet, alleen zijn vleugels. Als hij een muis ziet, duikt hij eropaf. Roofvogels hebben scherpe klauwen. Daarmee grijpen en doden ze hun prooi. Met hun haakvormige snavel met scherpe randen plukken ze het dier en scheuren ze het vlees aan stukken.
Iedere roofvogel heeft een eigen territorium, een gebied waar hij leeft en jaagt. Het belangrijkste is dat er genoeg voedsel is en een goede plek om een nest te bouwen. Er kunnen in een gebied met veel prooidieren maar een paar roofvogels leven. Die zorgen voor een natuurlijk evenwicht in het ecosysteem. Zo noem je alle planten en dieren die in een bepaald gebied leven.

De sperwer jaagt steeds meer in woonwijken. Vooral 's winters, als mensen de zangvogels bijvoeren.

Voortplanting

Er zijn roofvogels die hun hele leven bij elkaar blijven. Maar de meeste gaan elk jaar op zoek naar een nieuwe partner. Dan gaan ze baltsen. Dat doen vogels voordat ze gaan paren. Om indruk te maken op het vrouwtje, vangt het mannetje soms een prooi en biedt haar die aan.
Het nest van iedere soort is verschillend. Sommige maken er veel werk van, andere zijn niet zo kieskeurig. Of ze gebruiken een leeg nest van een andere vogel. Hoeveel eieren het vrouwtje legt, verschilt weer per soort. Soms legt ze er één, maar het kunnen er ook wel tien zijn. Meestal broedt het vrouwtje op de eieren, terwijl het mannetje jaagt en voedsel naar het vrouwtje brengt. Maar sommige roofvogels broeden ook om de beurt. Als de kuikens geboren zijn, hebben ze nog geen veren en kunnen zichzelf niet warm houden. Daarom moet er altijd één ouder op het nest blijven. Hoe lang de jongen bij de ouders blijven, is verschillend. In Nederland leven de torenvlak en de boomvalk. Hun jongen zijn na ruim een maand oud genoeg om voor zichzelf te zorgen.

Details en informatie

  • Titel: Roofvogels
  • Auteur(s): Inge van der Veen
  • Nummer: IC263
  • Niveau: 3
  • Siso: J 598.8