Noordhoff Uitgevers

Ruiken en proeven

Een gezond mens gebruikt vijf zintuigen: horen, zien, voelen, ruiken en proeven. Die zintuigen zijn hulpmiddelen om de wereld beter te snappen. Ze zorgen ook voor plezier en veiligheid. Van muziek kun je genieten. En als je neus een brandlucht ruikt, kun je vluchten. De zintuigen werken samen met de hersenen.Zenuwen sturen informatie van de zintuigen naar de hersenen. Zenuwen zijn eigenlijk een soort telefoonlijnen. Blinde mensen missen een zintuig. Vaak gebruiken ze daarom hun oren veel beter dan mensen die wel kunnen zien. Dat geldt ook voor mensen die een ander zintuig missen.

Met hun vingers kunnen blinden braille lezen. Dat zijn letters die bestaan uit bobbeltjes in het papier.

Lekker of vies?

Boven in je neus zit een dun velletje, je reukslijmvlies. Op dat velletje zitten heel veel kleine haartjes. Alles wat je ruikt, komt daar eerst tegenaan. De geur blijft in de haartjes hangen. Daarna komt de geur los en kun je hem echt ruiken. De haartjes vertalen de geur in een boodschap. 'Lekker' of 'vies' of 'gevaar'. Als je snuffelt en snuift, maak je je neus van binnen groter. Op die manier kun je nog beter ruiken. Mensen kunnen meer dan 10 duizend geuren herkennen. Dat is niet meteen zo. Je leert het geurtje voor geurtje. Het begint al als je nog een baby in je moeders buik bent.

Als een baby net geboren is, herkent hij zijn moeder aan haar geur.

Als je dingen proeft, is je neus ook hard aan het werk. Je tong kan alleen maar proeven of iets zoet, zuur, zout of bitter is. Pas als je neus je tong helpt, kun je precies zeggen wat je proeft. Als je in de spiegel naar je tong kijkt, zie je dat hij bobbelig is. Er zitten allemaal kleine pukkeltjes op. Dat zijn papillen. In sommige papillen zitten smaakknopjes. Daar heb je er ongeveer duizend van.

Voor op je tong zitten de smaakknopjes die zoet proeven. Daarachter proef je zout en daarachter zuur. Helemaal achter op de tong kun je bitter proeven.

'Smaken verschillen' is een bekend gezegde. En het is waar. Als je vijf mensen vraagt wat ze lekker vinden, zeggen ze waarschijnlijk allemaal wat anders. Kinderen lusten andere dingen dan grote mensen. Je smaak ontwikkelt zich. Aan sommige smaken moet je wennen. Andere smaken horen bij een cultuur. In Frankrijk is iedereen gek op kikkerbilletjes, de meeste Nederlanders moeten daar niet aan denken. Andersom is het met drop: dat is een typisch Nederlandse smaak. Aan veel etenswaren wordt kunstmatig nog smaak toegevoegd om het aan te passen aan de smaak van mensen. Kijk maar eens op de verpakking van jam of limonadesiroop.

Sommige kinderen kunnen niet goed tegen kunstmatige, toegevoegde stoffen. Ze worden er erg druk van.

Details en informatie

  • Titel: Ruiken en proeven
  • Auteur(s): Esther Krijgsman
  • Nummer: JC106
  • Niveau: 1
  • Siso: J 415.2