Noordhoff Uitgevers

Schapen

Er zijn in Nederland zo'n 1,5 miljoen schapen. Ze leven in een kudde, als groep bij elkaar. Dan voelen ze zich veilig. Niet al die schapen zijn hetzelfde. De meeste boeren houden Texelaars. Maar er zijn meer soorten, of eigenlijk rassen. Elk ras is een beetje anders. Een Texelaar is ongeveer zeventig centimeter hoog. Hij geeft vier tot vijf kilo wol per jaar. Schapenhouders fokken met de schapen. Dit betekent dat ze ervoor zorgen dat hun schapen veel lammeren krijgen. Ze vinden het belangrijk dat de verschillende rassen blijven bestaan. Ieder ras heeft zijn eigen kenmerken. De schapenhouders willen dat graag zo houden.

Een vrouwtjesschaap krijgt elk jaar één tot vier lammetjes.

Schapen houden

Een boer die schapen houdt, zorgt ervoor dat zijn dieren elke dag vers voer en drinkwater krijgen. Schapen die in de wei lopen, eten gras. Dat heet grazen. Schapen die op stal staan, eten hooi. Dat is gedroogd gras. Schapen krijgen ook speciale korrels waar extra vitaminen in zitten. Die houden het schaap gezond. Alle schapen van de boer hebben een nummer. Dat nummer staat op het oormerk. In die gele 'oorbel' zit een chip. Dat is een mini-computer waar informatie over het schaap op staat. Bijvoorbeeld over het aantal lammeren dat het schaap kreeg. Of over ziektes.

Soms kom je op een heideveld een herder met zijn kudde schapen tegen.

Een vrouwtjesschaap noem je ooi, een mannetjesschaap een ram. Als de ram de ooi bevrucht, wordt zij drachtig. Dat betekent dat er een jong in haar buik groeit. De draagtijd is vijf maanden. Als de lammeren worden geboren, helpt de boer daarbij. Dat gebeurt soms midden in de nacht. Het is dus een drukke tijd voor de boer. Als het jong geboren is, likt de moeder het schoon. Het lammetje probeert te staan en wil graag drinken. Het drinkt bij de moeder, want schapen zijn zoogdieren. De uier hangt onder de buik van de moeder bij de achterpoten.

In het voorjaar worden schapen geschoren. Vroeger werd van de wol draden gemaakt met een spinnewiel. Tegenwoordig gaat dat met machines. Van de wol van schapen worden allerlei dingen gemaakt. Sjaals, sokken, truien. Er worden ook dekbedden mee gevuld. Van de melk van schapen maakt de boer kaas. Om één kilo kaas te maken, heeft hij vier liter melk nodig. In schapenkaas zitten meer vitaminen dan in koeienkaas of geitenkaas. Schapen worden ook gehouden om hun vlees. Veel mensen eten graag lamsvlees. Ons Nederlandse lamsvlees wordt ook aan andere landen verkocht.

Details en informatie

  • Titel: Schapen
  • Auteur(s): Patrick Heuchemer
  • Nummer: JC259
  • Niveau: 1
  • Siso: J 633.7