Noordhoff Uitgevers

Schelpen

Als je over het strand loopt, zie je vaak de mooiste schelpen. Er zijn witte, gele, roze, bruine, blauwe en grijze schelpen. Veel schelpen hebben meer dan één kleur. Sommige schelpen zijn heel klein. Andere zijn juist heel groot. Er zijn geribbelde en gladde schelpen. Al die schelpen mag je zomaar mee naar huis nemen. Het is leuk om schelpen te verzamelen. Je kunt er je eigen museum mee inrichten. Als je in een ander land op vakantie bent, liggen er andere schelpen op het strand. In warme landen kom je de grootste schelpen tegen. Maar die mag je niet meenemen. Die zijn beschermd.

Een huisje in zee

Een schelp is eigenlijk een huisje van kalk. Een schelp die op het strand is aangespoeld, is meestal leeg. Maar in de zee zat er een weekdier in. Week betekent zacht. Het is een dier zonder botjes. De schelp beschermt het weekdier tegen gevaar. De schelp en het weekdier zitten stevig aan elkaar vast. Een schelp bestaat altijd uit twee helften. Die helften heten de kleppen. De kleppen zitten aan elkaar vast met een slotband. Het weekdier gebruikt zijn sluitspier om de schelp open en dicht te doen. Zo'n spier is heel sterk. Met je blote handen kun je een schelp niet openmaken, als er nog een weekdier in zit.

Vogels eten graag weekdieren. Ze hebben een manier gevonden om de schelp open te maken. Een scholekster tikt net zo lang met zijn snavel op een schelp tot die stuk gaat. Dan slobbert hij het weekdier eruit. Een zeester lust ook weekdieren. Hij heeft geen snavel, maar wel vijf sterke armen. Hij slaat zijn armen om de schelp. Dan trekt hij heel langzaam de schelphelften van elkaar. Na een poosje wordt het weekdier moe. Zijn sluitspier wordt slap en de zeester kan aan tafel. Weekdieren eten elkaar ook wel eens op. De tepelhoorn boort met zijn tong een gaatje in een schelp. Door dat gaatje slurpt hij het weekdier op.

Kauri's zijn prachtige schelpen. Ze leven op koraalriffen in warm water. Met hun ruwe tong trekken ze koraaldiertjes uit hun huisjes.

Mosselen zijn ook weekdieren. Veel mensen vinden mosselen heerlijk. Met een lekker sausje, en frietjes... ze eten hun vingers er haast bij op! Heel bekend zijn Zeeuwse mosselen. Ze worden gevangen en gekweekt in Zeeland, een provincie van Nederland. Mosselkwekers vissen naar jonge mosseltjes. Die kleine mosselen moeten nog flink groeien. De mosselkwekers zorgen daarvoor. Zij brengen de jonge mosselen bij elkaar. De mosselen maken zich met sterke draden vast aan iets hards. En ook aan elkaar. Zo ontstaan er mosselbanken. Als de mosselen groot genoeg zijn, worden ze verkocht aan winkels en restaurants.

Mosselen, een echte lekkernij (als je ervan houdt...).

Details en informatie

  • Titel: Schelpen
  • Auteur(s): Cora Willemse
  • Nummer: JC090
  • Niveau: 1
  • Siso: J 597.3