Noordhoff Uitgevers

Schipperskinderen

Door heel Nederland kun je over rivieren en kanalen binnenvaartschepen zien varen. Met zulke schepen wordt van alles vervoerd. Tarwe, rollen staal, mais, kunstmest of boomstammen. Sommige schepen varen alleen binnen Nederland. Anderen brengen hun vracht ook naar Duitsland of Frankrijk of nog verder. Een groot binnenvaartschip is wel 130 meter lang en 11 meter breed. Er past evenveel vracht in als in 160 vrachtwagens!
Als je vader schipper is, dan is hij de baas van een schip. Jij bent dan een schipperskind. Veel schippers wonen met hun hele gezin op hun schip. Dat noem je aan boord. Alleen als het schip een poosje aan de wal ligt (dus niet vaart), kan iedereen even van boord. Soms is er een speeltuin of een voetbalveldje. Dan kan iedereen eens lekker bewegen. 

Het leven van een gezin op een schip ziet er anders uit dan dat van een gezin aan de wal.


Naar school

Kinderen in Nederland moeten naar school, dat is verplicht. Ook schipperskinderen dus. Maar dat kan niet zomaar, want het schip vaart iedere dag verder. Doordeweeks gaan schipperskinderen daarom naar een internaat. Daar wonen ze van maandag tot en met vrijdag, en ze gaan er naar school. In het weekend zijn ze dan op het schip bij hun ouders. Het oudste schippersinternaat staat in Nieuwegein. Er wonen kinderen die tussen de 6 en 18 jaar oud zijn. Op het internaat zorgen groepsleiders voor de kinderen, in plaats van de ouders. De kinderen wonen in groepen bij elkaar. 
Er zijn ook schippers die in een gewoon huis wonen. De schipper zelf is dan wel vaak weg voor zijn werk. Op het schip werkt hij samen met een andere schipper en met matrozen. Ze varen dag en nacht door. Zijn vrouw en kinderen wonen op een vaste plek. Die kinderen gaan dus ook naar een gewone school. De schipper is thuis als hij niet hoeft te werken. Soms is dat in het weekend, maar soms ook op andere dagen, tussen twee reizen door.

Schipper van beroep

Sommige binnenvaartschepen vervoeren geen losse dingen zoals tarwe en kunstmest. Ze vervoeren containers: grote ijzeren bakken waar allerlei spullen in kunnen zitten. Zoals televisies, fietsen, lampen, en nog veel meer. 
Schipper zijn is een mooi, maar ook best een zwaar beroep. Mooi omdat je zelf de baas bent en op allerlei mooie plaatsen komt. Zwaar omdat je kinderen doordeweeks misschien in een internaat wonen. En omdat het gewoon hard werken is. Je moet overal verstand van hebben. Van de motoren, van de vracht en hoe je die het beste kunt vervoeren. Als je in andere landen vaart, is het handig als je daar de taal kunt spreken. Om schipper te kunnen worden, moet je verschillende examens doen. Je moet onder andere je vaarbewijzen halen. Een vaarbewijs is een soort rijbewijs, maar dan voor op het water. Er is ook veel apparatuur aan boord, die moet je leren bedienen. In schippersfamilies gaat het beroep vaak over van vader op zoon. 


Schipperskinderen helpen vaak een beetje mee. Ze leren op die manier heel veel over het beroep van schipper.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 3 Schipperskinderen.

Details en informatie

  • Titel: Schipperskinderen
  • Auteur(s): Truus Visser-van den Brink
  • Nummer: 3
  • Niveau: 2
  • Siso: J 323