Noordhoff Uitgevers

Schoenen

In een schoenenwinkel kun je allerlei schoenen kopen. In allerlei kleuren, modellen en maten. De kleinste maat in Nederland is 16, dat zijn babyschoentjes. De grootste maat is 48, dat is voor een flinke man. Schoenen beschermen onze voeten. We kunnen ermee door glasscherven, over steentjes en door stekelige planten lopen, zonder wondjes te krijgen. Schoenen houden je voeten ook warm en droog bij koud en nat weer. Regenlaarzen van rubber kunnen goed tegen water. Winterschoenen hebben een warme voering. Dat is de stof aan de binnenkant. De meeste schoenen geven extra steun aan de voeten. Je staat er stevig mee. De ribbels en groeven aan de onderkant van de schoen vormen het profiel. Dat zorgt ervoor dat je niet zo snel uitglijdt.


Kinderen hebben meestal niet zoveel schoenen. Omdat kindervoeten groeien, heb je elk jaar een nieuw paar nodig.

Heel veel soorten schoenen

Een schoenontwerper bedenkt en maakt nieuwe schoenen. Liesel Swart is zo iemand. Ze bespreekt met haar collega’s wat de trends zijn en wat er in de mode is. Liesel doet inspiratie op door allerlei dingen. Ze krijgt haar nieuwe ideeën door wat ze ziet in de natuur of door een mooi materiaal. Er zijn heel veel soorten schoenen: laarzen, sandalen, sneakers en nog veel meer. Er zijn mannenschoenen en vrouwenschoenen, zoals de pump en de naaldhak. Dat is een schoen met een hele hoge puntige hak. Er zijn ook schoenen speciaal voor werk. Zo is er in de schoenen van verhuizers en bouwvakkers staal verwerkt. Als er dan iets zwaars op hun voet valt, kan dat geen kwaad. Ook voor sporten bestaan er verschillende schoenen. Onder een voetbalschoen zitten noppen. Daardoor glijdt een voetballer niet uit op het gras. Bij het skiën draag je skischoenen. Die zijn gemaakt van keihard plastic en ze zitten strak om de voet en het onderbeen. Een ballerina draagt spitzen. Dat zijn balletschoenen met een harde voorkant. Daardoor kan ze goed op haar tenen dansen.
 

Schoenen vroeger en nu

In de prehistorie droegen mensen soms ook al schoenen. Ze bonden dan een stuk dierenhuid om hun voet heen. In de tijd van de Romeinen droeg iedereen schoenen. Dat waren meestal sandalen van riet, maar soldaten droegen sandalen van leer. In de middeleeuwen hadden mensen vooral dichte schoenen van leer. De snavelschoen, met een lange punt eraan, zag je veel. Hoe langer de punt van de schoen, hoe belangrijker en rijker de persoon was.
Tegenwoordig zijn er ontelbaar veel soorten schoenen. Elk seizoen komen er nieuwe modellen in de winkel. Tegenwoordig zijn gympen en sneakers erg in. Dat zijn eigenlijk sportschoenen, maar je ziet ze nu overal. 
Schoenen spelen een grote rol in ons leven. Dat merk je aan bepaalde gebruiken. In Nederland zetten kinderen hun schoen voor Sinterklaas. In veel Aziatische landen dragen mensen in huis geen schoenen maar sloffen. En in een moskee, dat is een soort kerk, mag niemand schoenen aan. 


Een bergbeklimmer draagt stevige schoenen met veel profiel, zodat hij niet uitglijdt. Met speciale ijzers om zijn schoenen, kan hij zelfs op sneeuw en ijs klimmen.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 28 Schoenen.

Details en informatie

  • Titel: Schoenen
  • Auteur(s): Lonneke Crusio
  • Nummer: 28
  • Niveau: 2
  • Siso: J 686.5