Noordhoff Uitgevers

Sloppenwijken

Veel boeren in arme landen verhuizen van het platteland naar de stad. Ze hopen in de stad werk te vinden en een beter leven op te bouwen. Meestal komen ze in sloppenwijken terecht. Dat zijn wijken aan de randen van grote steden, waar miljoenen arme mensen bij elkaar wonen. Ze wonen met het hele gezin in een vervallen hutje. Het hutje is gemaakt van karton, plastic, platgeslagen olievaten, verroeste golfplaten en gebruikte planken. Meestal is er maar één kamer, soms twee. Om aan geld te komen, moeten de mensen werken. Want in arme landen heeft de regering geen geld om mensen een werkloosheidsuitkering te geven. Veel jonge kinderen werken ook mee. Ze verkopen als straatventer allerlei spullen, zoals kranten, sigaretten, kauwgom of loten. Ze passen ook op auto’s, dragen tassen, poetsen schoenen. Alles om wat geld te verdienen. De meeste kinderen hebben geen tijd om naar school te gaan. Ze zijn analfabeet.


Deze kinderen wassen autoruiten. Ze krijgen er een paar cent voor.

Sterke groei

In de Braziliaanse stad Sao Paulo woonden in 1960 4 miljoen mensen. In 2000 waren dat er meer dan 20 miljoen. Vooral de sloppenwijken worden groter en er komen steeds nieuwe bij. De sloppenwijken groeien zo hard omdat er steeds meer mensen van het platteland naar de stad trekken. Ze hopen allemaal op een beter leven. In de sloppenwijken worden veel kinderen geboren. Er wonen veel grote gezinnen, de meeste mensen hebben vijf of meer kinderen. Vrouwen worden vaak zwanger want ze hebben geen geld voor de pil of voor condooms. Meer kinderen betekent dat er meer monden te voeden zijn. Maar het betekent ook meer handen om te werken. Jonge kinderen helpen bij het huishouden en passen op de nog kleinere kinderen. Oudere kinderen kunnen werken en geld verdienen. Toch komt het ook vaak voor dat kinderen in de steek worden gelaten. Als een man het gezin verlaat kan een vrouw niet meer voor de kinderen zorgen. De kinderen gaan dan over straat zwerven en proberen wat eten bij elkaar te scharrelen. Ze slapen in metrotunnels en onder bruggen. Het lukt maar weinig zwerfkinderen om aan de armoede te ontvluchten.


Veel arme mensen trekken naar de stad, op zoek naar een beter leven.

Hulp

Sloppenwijken zullen er wel altijd zijn. Dat realiseren gemeenten zich ook. Daarom helpen ze de bewoners steeds vaker. Ze zorgen voor water, elektriciteit en riolering. Ze verstrekken bouwmateriaal en laten eenvoudige scholen en ziekenhuizen bouwen. Vooral kerken en hulporganisaties proberen de bewoners van de sloppenwijken te helpen. Misschien ken je UNICEF en de NOVIB. Zij doen veel voor de gezondheid van de bewoners. Ook op het platteland wordt hulp geboden. Want als de boeren het daar beter hebben, is er minder reden om naar de sloppenwijk van een stad te verhuizen. Er worden daarom waterputten en kanalen gegraven. De boeren leren hoe ze beter kunnen produceren. Ze krijgen hulp bij het opzetten van een kleine plantage. Dan zijn ze eigen baas en hoeven ze niet meer voor een grootgrondbezitter te werken die hen slecht behandelt en weinig betaalt.

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 27 Sloppenwijken.

Details en informatie

  • Titel: Sloppenwijken
  • Auteur(s): Jan-Willem Driessen
  • Nummer: 27
  • Niveau: 4
  • Siso: 354.7