Noordhoff Uitgevers

Sluitingen

Je hebt nog vijf minuten voor je naar school moet. Snel je broek dicht, rits omhoog en riem vast. De veters van je schoenen strikken. Jas aan, rits dicht en alle drukknopen dicht. O, het regent. Capuchon op en de touwtjes strak aantrekken. Zo, je bent klaar om te gaan, net op tijd. Hoeveel soorten sluitingen heb je nu gebruikt? Zes maar liefst.
Het kan een heel werk zijn om al je kleren goed te sluiten. Maar stel je voor dat er geen sluitingen bestonden. Dat je alleen een touw kon gebruiken om je kleren vast te maken, zoals de mensen vroeger deden. Je broek zou van je heupen afzakken. Je zou je schoenen verliezen en door je jas zou zoveel wind heen waaien, dat je er ziek van zou worden.

Als je 's ochtends de deur uitgaat, heb je soms al zes sluitingen in je handen gehad.

Gemak dient de mens

Op een mooie dag in 1948 kwam George de Mestral na een wandeling met zijn hond thuis. Hij was door het bos gegaan. De hond zat vol klitten. Klitten zijn zaadjes met kleine haakjes eraan. De klitten waren lastig uit de hondenvacht te verwijderen. Toen De Mestral ze onder de microscoop bekeek, zag hij hoe dat kwam. Er zaten allemaal weerhaakjes aan. Op dat moment kreeg George een idee. Hij vond het klittenband uit. Tegenwoordig wordt het veel gebruikt als sluiting voor jassen, schoenen en tassen. Maar ook voor portemonnees en kniebeschermers.
Klittenband wordt van nylon gemaakt en bestaat uit twee banden. De ene band heeft lusjes, de andere haakjes. Het grote voordeel van klittenband is dat het snel sluit en makkelijk weer is los te maken. Een nadeel van klittenband is dat het er niet erg netjes uitziet. Na veel gebruik verliezen de weerhaakjes ook hun veerkracht.

Van boven naar beneden: een schuifgesp, een spangesp en een vlindergesp.

Vaak gebruik je een knoop of een strik om je kleren te sluiten. Gespen zijn soms makkelijker. Ze zitten altijd aan een riem. Er zijn verschillende soorten. De bekendste is de pingesp. Je steekt een pin door een gaatje in de riem en klaar ben je. Dan is er ook de onhandige schuifgesp, die je wel eens ziet op tassen en rugzakken. De spangesp kun je het best gebruiken als je iets vast moet sjorren. Die gesp lijkt op een klem. Met tandjes houdt hij de riem op zijn plaats. Bij een vlindergesp haak je twee metalen lussen in elkaar.

Een geweldige uitvinding was natuurlijk de rits. Het verhaal gaat dat de rits is uitgevonden door een man die moeite had zijn veters te strikken. Omdat zijn buik in de weg zat. Of het waar is of niet, deze man heeft de mensen erg geholpen. Want een rits is echt een perfecte sluiting. Heb je een rits wel eens goed bekeken? Elk tandje heeft een holle en een bolle kant. De tandjes van het ene bandje vallen precies tussen die van het andere bandje. Een glijder zorgt dat de tandjes op hun plaats komen. En hoe komt het dat de glijder niet vanzelf terugglijdt en je rits weer opengaat? Door een klein pinnetje onder aan het lusje van de glijder. Dat prikt zich vast tussen de tandjes.

Details en informatie

  • Titel: Sluitingen
  • Auteur(s): William van den Akker
  • Nummer: ic033
  • Niveau: 3
  • Siso: J 625.3

Audio luisteren