Noordhoff Uitgevers

Sneeuw

'Hoera, er ligt sneeuw!' roepen veel kinderen als ze 's winters sinds lang weer eens een witte wereld zien. Snel naar buiten, want sneeuw is heerlijk om mee en in te spelen. En zo vaak sneeuwt het niet in Nederland. Meestal maar een paar dagen. De meeste keren blijft de sneeuw ook niet zo lang liggen. Dat komt doordat het vaak dooit tussen de sneeuw-buien door. De meeste sneeuw valt in januari en februari. Maar in en december en maart kan het ook flink sneeuwen. Veel liedjes gaan over een 'witte kerst'. Jammer genoeg komt dat niet zo vaak voor.













Een sneeuwvlok bestaat uit ontelbaar veel
ijskristallen.

Soorten sneeuw

Sneeuw wordt gevormd in de wolken. Daar veranderen water-druppels in ijskristallen. Als de ijskristallen zwaar genoeg zijn, vallen ze als neerslag naar beneden. Dooit het, dan vallen de ijskristallen als regen-druppels naar beneden. Vriest het, dan vallen de ijskristallen als sneeuwvlokken naar beneden. Sneeuw heb je in veel soorten. natte sneeuw is sneeuw die valt bij een temperatuur van ongeveer nul graden. De sneeuwvlokken zijn dan vermengd met regen-druppels. Vriest het flink, dan vallen er kleine, droge sneeuwvlokken. Dat heet poeder-sneeuw of mot-sneeuw. Er bestaat ook korrel-sneeuw. Dat lijkt wat op hagel. Het zijn witte, ondoorzichtige korreltjes. Korrel-sneeuw spat makkelijk uit elkaar.













Van natte sneeuw kun je heel goed een sneeuwpop maken. Met poeder-sneeuw of korrel-sneeuw lukt dat bijna niet.

Sneeuwvlokken kunnen heel groot zijn. De grootste sneeuwvlokken vielen in 1887 in Amerika. Ze waren groter dan een pizza: twintig centimeter dik en 38 centimeter groot. Ongeveer één keer in de tien jaar valt er in Nederland een dik pak sneeuw. Dat is dan zo'n twintig centimeter. Genoeg om op te kunnen lang-laufen. Je loopt dan op smalle ski's door de sneeuw. Als het in Nederland zomer is, is het aan de andere kant van de aarde winter. In Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld. Het koudste weer van de wereld werd ooit gemeten op de Zuidpool. Op 21 juli 1983 vroor het daar 89 graden.

Op besneeuwde bergen kunnen lawines ontstaan. Als er verse sneeuw op een laag oude sneeuw valt, kan de boel gaan schuiven. De sneeuw raast dan met donderend geweld naar beneden. De sneeuw sleurt alles mee wat hij tegen komt. Bomen knappen als lucifer-houtjes. Een lawine wordt in gang gezet door een dik pak verse sneeuw, of door een harde windvlaag. Of door een skiër die buiten de piste skiet. Op hele hoge bergen ligt altijd sneeuw, ook in de zomer. Het is daar boven zo koud dat de sneeuw gewoon blijft liggen. Dat heet eeuwige sneeuw.

Details en informatie

  • Titel: Sneeuw
  • Auteur(s): Heidi Vijverberg
  • Nummer: JC207
  • Niveau: 1
  • Siso: J 568.5