Noordhoff Uitgevers

Spijsvertering

Alles wat je eet, maakt een soort reis door je lichaam. Die reis heet de spijsvertering. Daarbij wordt het eten verteerd. Dat betekent dat je lichaam de goede stoffen uit het voedsel haalt. Die stoffen heeft je lichaam nodig om te groeien en gezond te blijven. Voedsel geeft ook energie. Die heeft je lichaam nodig om te blijven werken, te kunnen bewegen en zelfs om adem te halen. De hele spijsvertering duurt één tot twee dagen. Onderweg gebeurt er in je lichaam van alles met het eten.

Je lichaam is net een soort fabriekje, waarin het eten wordt verwerkt.

Van boven naar beneden

De reis begint bij je mond. Eerst kauw je het eten fijn. Er komt dan speeksel bij. Daarmee maak je het eten vochtig. Zo kun je het makkelijk doorslikken. Het gaat dan door je keel naar je slokdarm. Deze buis loopt naar je maag. In je slokdarm worden steeds kleine beetjes eten verplaatst. Zo komt niet alles tegelijk in je maag. Je maag is een soort zak. Het is een opslagplaats voor eten. Daar wordt het eten verder verteerd. Er komt sap uit de maagwand bij. Dit maagzuur zorgt ervoor dat alle slechte bacteriën in het eten worden gedood.

Wat je lichaam niet nodig heeft, poep of plas je gewoon weer uit.

Na de maag komt het voedsel in de dunne darm. Die is ongeveer zes meter lang. In de dunne darm worden de bruikbare deeltjes uit het voedsel gehaald. Wat er over blijft, gaat naar de dikke darm. Dat is een buis van 1,5 meter lang. In de dikke darm wordt het vocht uit de resten van het voedsel gezogen. Er blijven dan bacteriën en onverteerbaar eten over. De dikke darm maakt daar een dikke pap van. Die poep je uit. Poep is bruin. Dat komt doordat de brij tijdens de vertering de bruine kleur van gal opneemt. Poep stinkt omdat er allemaal bacteriën in zitten. In één kleine drol zitten miljoenen bacteriën.

Je kunt zelf je spijsvertering helpen. Het is heel belangrijk om te poepen als je voelt dat je moet. Als je dat niet doet, krijg je last van verstopping. Let ook op hoe je eet. Eet niet te veel ineens. Eet rustig, kauw goed en ga na het eten niet meteen rondrennen. Je lichaam heeft de energie nodig om het eten te verteren. Eet geen voedsel dat bedorven is. Voedsel met schimmel mag je weggooien. En let erop dat je genoeg vezels binnen krijgt. Die zitten in volkorenbrood, muesli, ontbijtkoek, aardappels, zilvervliesrijst en nog meer. Vooral ook in groente en fruit. Vezels zijn goed voor de darmen.

Details en informatie

  • Titel: Spijsvertering
  • Auteur(s): Isabelle de Ridder
  • Nummer: JC195
  • Niveau: 3
  • Siso: J 600.52