Noordhoff Uitgevers

Storm

Wind is lucht die beweegt. Soms beweegt de lucht zo weinig, dat het niet te merken is. Het is dan windstil. Maar soms kun je als fietser bijna niet tegen de wind opfietsen. Het waait dan behoorlijk. In de herfst waait het soms zo hard, dat het stormt. Dat kan gevaarlijk zijn. Vanaf windkracht 6 moet je rekening houden met de wind. Zeilen met een kleine boot is dan niet verstandig. En als het heel erg hard waait, mogen mensen de straat niet eens op. Er is dan kans dat ze weggeblazen worden. Of dat er een dakpan of afgewaaide boomtak op hun hoofd waait. In Nederland komt dat niet vaak voor. In Amerika wel.

Als het stormt, sta je bijna stil op de fiets.

Windkracht

Bij het KNMI, het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, zijn mensen de hele dag bezig met het weer. Zij kunnen voorspellen hoe hard het gaat waaien. Ze kijken daarbij naar de luchtdruk en de windrichting. De luchtdruk is de kracht waarmee de lucht ergens tegenaan duwt. Bij een hoge luchtdruk is de lucht heel zwaar. Het is dan meestal mooi weer. Een lage luchtdruk betekent wolken en regen. Een gebied met een hoge luchtdruk stroomt altijd naar een gebied met een lage luchtdruk. Doordat die lucht beweegt, ontstaat er wind. Als je weet waar de hoge en lage luchtdrukgebieden zijn, kun je voorspellen hoe de windrichting zal zijn.

Elke dag vertelt een weerkundige van het KNMI hoe het weer de volgende dag zal worden. En of er storm op komst is.

Storm ontstaat als de verschillen tussen een hoog en een laag luchtdrukgebied heel groot zijn. Die gebieden botsten dan met elkaar en daardoor ontstaat storm. In 1806 bedacht een zeeman dat het handig was om aan de windkracht een cijfer te geven. Windkracht 0 is windstil, windkracht 3 tot 4 is een matige wind, windkracht 8 een stormachtige wind en windkracht 12 een orkaan. Als er in het weerbericht zo'n cijfer wordt genoemd, weet iedereen precies hoe hard het gaat waaien. Die verdeling heet de schaal van Beaufort.

Een briesje is fijn, maar harde wind is gevaarlijk op een zeilboot.

Er zijn veel soorten wind. Grote winden waaien het hele jaar door en bewegen zich over de hele wereld. Kleine winden ontstaan steeds op dezelfde plaatsen, zoals bij bergen of aan de kust. Er zijn winden die altijd in dezelfde tijd in hetzelfde gebied waaien. Mensen hebben die winden namen gegeven. Ze heten Elephanta, Kwat of Williwaw. Als je wel eens in de zomer in Zuid-Frankrijk bent geweest, ken je de Mistral misschien wel. Dat is een droge, warme storm. En heb je in je straat op de auto's wel eens een laagje geelachtig stof zien liggen? Grote kans dat dat woestijnzand is. Na een zandstorm is dat door een luchtstroom meegenomen.

In berggebieden kan een plotseling opstekende storm veel schade aanrichten.

Details en informatie

  • Titel: Storm
  • Auteur(s): Heidi Vijverberg
  • Nummer: JC100
  • Niveau: 2
  • Siso: J 555.3