Noordhoff Uitgevers

Straatkinderen

Niet ieder kind in de wereld leeft in een huis met een eigen slaapkamer en misschien wel met een eigen computer. Sommige kinderen slapen of werken op straat. De meeste straatkinderen leven in de grote steden in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Maar ook in Europa leven kinderen op straat.
Deze kinderen worden geholpen door hulporganisaties, bijvoorbeeld Unicef. Deze organisatie werkt over heel de wereld. Ook in Nederland zijn organisaties die geld inzamelen voor dakloze kinderen. Zoals de Stichting Vluchteling. Zij helpt onder andere gevluchte Syrische kinderen die op straat leven of werken. 
En soms zijn er mensen die zelf een stichting opzetten om kinderen te helpen. Ze doen dat vaak in een land waar veel dakloze kinderen wonen. Ze zorgen dan dat kinderen kleren en eten krijgen. Soms wonen de kinderen in een opvangtehuis en krijgen les.


Straatkinderen worden vaker ziek omdat ze op vieze plekken komen, zich niet of minder vaak kunnen wassen en te weinig voedsel hebben. Als ze ziek zijn, hebben ze geen geld om naar de dokter te gaan of medicijnen te kopen

Wat is een straatkind?

Er zijn twee soorten straatkinderen: kinderen die overdag op straat werken of bedelen om geld. Het geld dat ze verdiend hebben geven ze aan hun ouder(s).
Deze kinderen wonen vaak in krottenwijken in grote steden zoals Rio de Janeiro in Brazilië. De huizen zijn van steen of hout en soms ook van afval. De gezinnen zijn zo arm dat alle kinderen moeten meewerken om genoeg eten te hebben. 
Er zijn ook kinderen die helemaal alleen zijn en geen huis hebben. Zij zijn bijvoorbeeld van huis weggelopen omdat ze mishandeld werden door hun ouders. Sommige kinderen komen dan in de prostitutie terecht.
In de hele wereld leven tussen de 100 en 150 miljoen kinderen op straat. Er zijn verschillende redenen waarom kinderen op straat leven. Vaak komen ze uit gezinnen met weinig geld. Soms zijn ouders zo arm dat ze niet voor hun kinderen kunnen zorgen. Of ze zijn verslaafd aan drugs en alcohol en mishandelen hun kinderen. In sommige Afrikaanse steden wonen straatkinderen die hun ouders verloren hebben aan aids.
Soms moeten kinderen vluchten omdat het oorlog is in hun land, bijvoorbeeld Syrië en Congo. Ze belanden dan in een vluchtelingenkamp of op straat.

In Nederland

Ook in Nederland leefden vroeger kinderen op straat. In de 19e eeuw (1800-1900) kwamen er steeds meer fabrieken in de steden. Mensen trokken naar de stad omdat ze hoopten werk te vinden in een fabriek. Kinderen moesten meewerken omdat de arbeiders weinig geld verdienden. Het werk was zwaar en hard, mensen werden niet oud. Daardoor waren kinderen al vroeg wees. Ze belanden in weeshuizen, maar ook op straat.
Aan het einde van de 19e eeuw werd de situatie voor deze kinderen langzaam beter omdat in veel landen in West-Europa de leerplicht werd ingevoerd. Dat betekende dat ze naar school moesten en daardoor niet meer hoefde te werken. Hun situatie werd langzaam beter.


Sommige kinderen in de 19e eeuw werkten meer dan tien uur per dag, soms wel vijftien uur.

Zelfs in het rijke Nederland van nu zijn er maar liefst 27 duizend mensen zonder vast dak boven hun hoofd. Ongeveer een derde daarvan is jonger dan 18 jaar. De meeste jongeren zijn thuisloos. Ze zwerven heen en weer tussen verschillende slaapplaatsen. Bijvoorbeeld het station of een speciale opvangplek. De meeste zwerfjongeren hebben problemen thuis of ze zijn verslaafd aan alcohol of drugs.
In Nederland mogen kinderen onder de 18 jaar niet aan hun lot worden overgelaten. Zij krijgen hulp van Jeugdhulp. Jeugdhulp zorgt ervoor dat zwerfkinderen een plek krijgen om te wonen

Details en informatie

  • Titel: Straatkinderen
  • Auteur(s): Kim Nelissen
  • Nummer: 39
  • Niveau: 3
  • Siso: J 328.9