Noordhoff Uitgevers

Straffen

Straf krijg je als je iets doet wat niet mag. Straf is niet leuk. Maar het is de bedoeling dat je door die straf, iets niet nog een keer doet. Straf is altijd verbonden aan regels. Sommige regels gelden voor iedereen. Ze zijn vastgelegd door de overheid. Op school en thuis gelden ook regels. Voor jonge kinderen bepalen de ouders de regels. Maar als kinderen wat ouder zijn, maken zij samen met hun ouders afspraken. En houd je je daar niet aan, dan krijg je straf. Op straat gelden ook regels. Bij te hard rijden of verkeerd parkeren, geeft de politie een boete. Je moet dan voor straf geld betalen.

Zonder licht fietsen in het donker mag niet. Soms krijg je alleen een waarschuwing, maar vaak moet je een boete betalen.

Gevangenis

De zwaarste straf die iemand kan krijgen, is gevangenisstraf. In Nederland zitten 16 duizend mensen gevangen. Daarvan zijn 1900 jongens en meisjes tussen de 12 en 18 jaar. Zij zitten in een jeugdgevangenis. Daar gaan ze ook naar school. Iemand die een misdrijf pleegt, krijgt een strafblad. In het strafblad staat wat iemand heeft gedaan. Voor iemand met een strafblad is het soms moeilijker om werk te vinden. Een nieuwe baas wil weten of iemand zich altijd goed heeft gedragen. Wie bij de politie wil werken, mag geen strafblad hebben.

Straf op school: de klas aanvegen.

Vroeger ging straffen heel anders. In de middeleeuwen (500-1500) werden mensen vaak gestraft op een marktplein. Iedereen kon dat zien. Straffen moesten mensen waarschuwen. De beul, een sterke man, voerde de straffen uit. Dat waren lijfstraffen, zoals stokslagen en zweepslagen. Van een dief werd een vinger of de hele hand afgehakt. Soms werden mensen op het marktplein vastgebonden aan de schandpaal. Mensen scholden de dader uit en gooiden met rot fruit en paardendrollen. Een moordenaar werd opgehangen of onthoofd. Lijfstraffen mogen nu niet meer. En in plaats van doodstraf zit iemand nu levenslang gevangen.

Sommige kinderen halen wel eens dingen uit die niet mogen. Ze vernielen spullen op straat. Of ze pikken iets uit een winkel. De politie kan die kinderen oppakken en meenemen naar het politiebureau. Er volgt altijd een gesprek met de ouders. Als het nodig is, gaan kinderen tot 12 jaar daarna naar Bureau Jeugdzorg. Dat bureau helpt gezinnen met problemen. Kinderen tussen 12 en 18 jaar die zich niet aan de regels houden, gaan naar bureau Halt. Dat is een afkorting van Het ALTernatief. Alternatief betekent 'iets anders'. En halt betekent 'stop'. Ze krijgen bij Halt een leerstraf. Dat is een les om te leren wat ze fout hebben gedaan.

Details en informatie

  • Titel: Straffen
  • Auteur(s): Roelie Prins
  • Nummer: JC283
  • Niveau: 1
  • Siso: J 395.8