Noordhoff Uitgevers

Strandjutten

Als het gestormd heeft, kun je aan het strand allerlei dingen vinden. Lege flessen, stukken hout of oude schoenen. Allemaal meegebracht door de zee en op het land aangespoeld. Het kan rommel van kustbewoners zijn. Het kunnen ook dingen zijn die van schepen zijn afgevallen.

Vroeger waren er mensen die met het strandjutten wat bijverdienden. Ze deden het naast hun echte werk als boer of visser. Als er schepen vergingen in een storm, waren ze er snel bij. Alles wat op het strand aanspoelde, namen ze mee. Ze verkochten die spulletjes en verdienden zo wat extra geld. Eigenlijk mocht dat niet. De aangespoelde spullen moesten door de strandvonder worden bewaard. Net zolang tot de eigenaar ze weer kwam ophalen.

Op de klippen

Vroeger maakten de mensen wel eens grote vuren op het strand. De kapitein van een schip werd daardoor in de war gebracht. Hij dacht dan dat daar een haven was. Hij kwam dichterbij en voor hij het wist, liep zijn schip op de klippen. De mensen op het strand gingen er snel met de buit vandoor. Als ze de gejutte goederen hadden verkocht, was er weer geld om eten te kopen. Om dit 'valse licht' tegen te gaan, ging men vuurtorens bouwen. Elke vuurtoren heeft een uniek lichtsignaal. Daaraan kan een kapitein herkennen waar hij is.

Er valt steeds minder te jutten. Schepen zijn beter en sterker dan vroeger. En goederen worden tegenwoordig niet meer los vervoerd. Alles wordt in containers (zeg: kon-tee-nurs) gestopt. Een container is een enorme stalen bak die ook achter op een vrachtwagen past. Containers slaan bijna nooit overboord. En als het al gebeurt, zitten ze stevig dicht.

Tegenwoordig worden schepen ook beter gewaarschuwd voor slecht weer. En goede navigatie-apparatuur zorgt ervoor dat het schip op koers blijft. De kust is goed verlicht door vuurtorens. Ondiep water is daardoor ook beter te zien. En de kustwacht waarschuwt een kapitein als zijn schip te dicht bij het land komt.

Veel mensen vinden het leuk om te strandjutten. Van de dingen die ze vinden, maken ze mooie voorwerpen. Tafels van wrakhout, schilderijen van touw. Er is op Texel een juttersmuseum. Daar is een verzameling van allerlei bijzondere vondsten. Ze hebben er een muur die bestaat uit 3500 aangespoelde flessen.

Het leuke van strandjutten is dat je nooit weet wat je tegenkomt. Soms zijn er leuke verrassingen bij, zoals verpakkingen van voedsel. Daar zitten dan vreemde etiketten op, in andere talen. Soms spoelt er ook flessenpost aan. Dat is een briefje in een fles die vanaf het strand of een boot in zee is gegooid. Zo'n fles kan jaren onderweg zijn.

In het juttersmuseum hangen allerlei spullen die aangespoeld zijn.

Details en informatie

  • Titel: Strandjutten
  • Auteur(s): Lien van Horen
  • Nummer: JC142
  • Niveau: 1
  • Siso: J Wadden 986