Noordhoff Uitgevers

Stunts

In films lijkt het soms of mensen kunnen vliegen. Ze springen door ramen, hangen aan hoge gebouwen, of ze staan in brand. In films kan alles! Dat komt door het stuntwerk, dat maakt films heel spannend. Meestal doen acteurs de gevaarlijke scènes niet zelf. Voor deze gevaarlijke stukjes van de film, huren filmmakers speciale mensen in. Zij doen dan de stunts. Deze mensen zijn vaak stunt double (zeg: stunt dobbel). Dat is iemand die ongeveer even groot is als de acteur en dezelfde kleren aantrekt. De stuntman doet de truc en dan lijkt het net alsof de acteur zelf zo handig of stoer is! Een stunt oefenen kost vaak weken of soms wel maanden. Maar in de film zie je er maar een paar minuten van.

Lijkt stoer, hè, die acteur, hangend aan een helikopter? Maar de stunts laat hij toch echt aan een stuntman over.

Lenig en sportief

Wie stuntman of stuntvrouw wil worden, moet sportief zijn en gezond leven. Veel stuntmensen doen aan allerlei sporten. Ze kunnen heel veel. Een stuntman weet precies wat hij wel en niet kan. Bijvoorbeeld van een paard vallen zonder zich pijn te doen. Toch heeft iedere stuntman en stuntvrouw een grens. Meer durft hij of zij niet. Veel stuntmensen zijn naar een stuntschool geweest. Daar zijn er maar een paar van in de wereld. Echt stunten leer je pas door veel op de filmset te zijn. Daar worden de films opgenomen. Voordat een stunt wordt gefilmd, is hij tot in de puntjes voorbereid. Soms gaat er iets mis. Daarom moeten er altijd EHBO'ers bij zijn die meteen Eerste Hulp Bij Ongelukken kunnen geven.

Als je een gevecht in een film ziet, is dat ook stuntwerk. De acteurs en/of stuntmensen raken elkaar niet.

In het circus worden ook stunts gedaan. acrobaten voeren ze uit, dat is hun beroep. Ze doen spannende dingen, bijvoorbeeld aan de trapeze, een rekstok aan touwen. Die hangt hoog in de nok van de circustent. Ze maken soms een salto. Dat is een koprol in de lucht. Acrobaten zitten voor hun veiligheid met een koord vast aan hun riem. Dat koord zit dan weer vast bovenin de circustent. Acrobaten zijn sterk en lenig. Ze kunnen bij kunsten hun evenwicht goed bewaren. Je moet veel oefenen en lef hebben als je acrobaat wilt worden. En doorzettings-vermogen. Een acrobaat oefent zes dagen in de week, soms jarenlang, om één sprong goed te krijgen.

Jongeren doen ook aan stunten. Dat heet free running. Het lijkt op apekooi met gym, maar dan in de stad. Een groep jongens en meisjes rent door de stad. Ze springen over hindernissen. Het moet spannend zijn, maar er ook mooi uitzien. Met handstand en salto's, en steeds weer anders. Ze springen op bankjes en brugleuningen. Ze springen naar een dakgoot en hijsen zich op het dak. Het ziet er makkelijk uit, maar dat is het niet. Jongeren die het doen, zijn allemaal goed in sport. Ze doen aan turnen, of acrogym waarbij je in een team kunsten vertoont. Vaak zitten ze ook nog op een vechtsport, zoals judo. Je moet vooral goed oefenen om aan free running te kunnen doen.

Details en informatie

  • Titel: Stunts
  • Auteur(s): Katja Hansma
  • Nummer: JC239
  • Niveau: 1
  • Siso: J 798.79