Noordhoff Uitgevers

Thee

Nederlanders drinken gemiddeld twee grote koppen thee per dag, Engelsen meer dan drie. Thee is nu populair, maar een paar honderd jaar geleden werd deze drank alleen door rijke mensen genuttigd. Ze bouwden zelfs speciale theehuisjes op hun landgoederen waar ze 's zomers gezellig thee dronken. In de 17de eeuw (1600-1700) ontdekten Nederlandse handelaren de thee in China.
Chinezen dronken al duizenden jaren thee. Het Nederlandse woord thee komt van het Chinese woord 'te'. De Chinezen maakten thee door blaadjes van de theeplant in heet water te doen. Die manier van thee trekken wordt nog steeds gebruikt.
De Chinezen persten thee tot een soort tegel. Deze theetegels waren gemakkelijk mee te nemen en te bewaren. Ze werden zelfs als betaalmiddel gebruikt. Als je te veel betaalde, brak je er gewoon een stuk af: het wisselgeld.

Thee bestaat uit de gedroogde blaadjes van de theeplant. Hier worden de blaadjes geplukt.

Melange en aroma

Schepen van de VOC voeren 26 duizend kilometer om de thee in China op te halen. De Portugezen en de Engelsen deden dat later ook. De Engelsen gebruikten opium als ruilmiddel. In het begin dacht men even dat thee een medicijn was met geneeskrachtige eigenschappen. Maar al snel gingen mensen thee drinken omdat ze het lekker vonden. Rond 1680 werd deze drank echt populair. De thee werd toen in grote ladingen uit China naar Nederland gehaald, omdat er zoveel vraag naar was.Toen China en Engeland ruzie kregen, gingen de Engelsen thee verbouwen in hun kolonie India. Dat land bleek daar heel geschikt voor. Thee groeit het best in een vochtige en warme omgeving, in een bergachtig gebied. Bovendien ontdekten de Engelsen in de provincie Assam een nieuwe, wilde theeplant die daar verder werd gekweekt: de Assam-thee.
Rond 1850 gingen vooral de Engelsen een nieuw soort schip gebruiken om thee in te vervoeren: de zogenaamde theeklippers. Deze schepen waren smal, lang en veel sneller dan de gewone zeilschepen. Terwijl een gewoon handelsschip twaalf tot vijftien maanden onderweg was, legde een theeklipper de reis van 26 duizend kilometer in minder dan acht maanden af. Er werden zelfs wedstrijden gehouden tussen de theeklippers.

De Cutty Sark, een bekende theeklipper, is nu een drijvend museum in Londen.

Thee wordt in veel landen verbouwd. De meeste thee die in Nederland wordt gedronken, komt uit Aziatische landen, bijvoorbeeld India, China, Indonesië en Japan. Maar er komt ook thee uit Afrikaanse landen, zoals Kenia, Mozambique en Zuid-Afrika. En ook uit Argentinië in Zuid-Amerika komt thee.
De theeplant is een struik met donkergroene, leerachtige bladeren. Op de plantages worden de theeplanten gesnoeid, zodat de bladeren zonder lange ladders geplukt kunnen worden.
De blaadjes worden geplukt wanneer een plant vier of vijf jaar oud is. Alleen de nieuwe bladeren en de bladknoppen worden geplukt. Meestal wordt het met de hand gedaan. De theeplukkers dragen grote rieten manden op hun rug waarin ze de bladeren doen.
In een theefabriek worden de bladeren uitgespreid over lange tafels. Daar verwelken de bladeren. Dat heet verflensen. In een machine worden de bladeren gerold. Vervolgens wordt er vochtige lucht doorheen geblazen. Dat heet fermenteren. Zo krijgt de thee zijn speciale smaak en geur. Ten slotte worden de bladeren in een oven gedroogd. Ze verkleuren van roestbruin naar zwart.
Vaak worden ook theesoorten uit verschillende landen vermengd. De bekendste melanges zijn een mengsel van drie basissoorten thee: Noord-Indiase thee om de sterkte aan de thee te geven, Ceylon-thee voor de smaak en Afrikaanse soorten voor de kleur en helderheid.

Thee is er in allerlei soorten en smaken.

Details en informatie

  • Titel: Thee
  • Auteur(s): Hanneke Siemensma
  • Nummer: IC138
  • Niveau: 3
  • Siso: J 678.6