Noordhoff Uitgevers

Toerisme

In onze tijd is het heel gewoon om met vakantie te gaan. In eigen land of in een ander land om onbekende plaatsen en landschappen te ontdekken. Vier van de vijf Nederlanders gaan op vakantie, soms wel een paar keer per jaar.
Honderd jaar geleden was dat wel anders. Toen was vakantie alleen iets voor rijke mensen. Gewone mensen hadden daar geen geld of tijd voor.
Na de Tweede Wereldoorlog groeide in Nederland de welvaart. Mensen gingen meer verdienen en kregen meer vrije tijd. Veel mensen gingen kamperen. Of ze gingen een dagje uit, bijvoorbeeld naar de dierentuin. In die tijd ontstonden ook de pretparken. In 1952 werd de Efteling geopend.
Als mensen op vakantie gaan, zijn er andere mensen die moeten werken. Denk maar aan obers, of aan mensen die de camping of het pretpark netjes houden. Maar ook medewerkers van een reisbureau of een hotel.

De Efteling begon met een speeltuin en een sprookjesbos. Later kwamen er veel attracties bij. Elk jaar komen daar ruim vier miljoen bezoekers op af, waaronder ook veel buitenlandse toeristen.

Welkom

Toeristen brengen geld in het laatje. Daarom zijn ze welkom. Elf miljoen buitenlandse toeristen bezoeken jaarlijks ons land. Daarnaast zijn er nog zes miljoen Nederlanders die hun vakantie in eigen land vieren. De mensen in de horeca hebben het daar druk mee. Steden en dorpen zien de toeristen graag komen. Daarom leggen ze bijvoorbeeld fiets- of wandelpaden aan. Of ze proberen op andere manieren mensen te lokken, zoals met festivals. In veel plaatsen staat een kantoor waar toeristen informatie kunnen krijgen over alles wat er in die plaats te doen is.
In het hoogseizoen hebben ruim 400 duizend landgenoten een baan in het toerisme. Dat is ongeveer 1 op elke vijftien banen. In Oostenrijk is dat nog veel meer: daar heeft één op de vijf mensen een baan die met toerisme te maken heeft. In Oostenrijk komen ieder jaar miljoenen mensen op wintersportvakantie. Ieder dorp wil er van mee profiteren en bouwt wel een skipiste, een hotel of berghutten. Zoveel toeristen kunnen ook een nadeel zijn. De skibanen bijvoorbeeld zijn schadelijk voor de natuur. Er worden veel bomen gerooid, rotsen verpulverd en daardoor veranderen alpenweiden in reuzenglijbanen. Hierdoor kunnen lawines ontstaan. Veel Oostenrijkers leven van de wintersport, dus die vinden dat de pistes moeten blijven. Maar een lelijk kaal landschap met een groter lawinegevaar trekt minder toeristen. Vooral voor toeristen die 's zomers lange bergwandelingen maken, is zo'n kale omgeving niet prettig. Om het landschap weer aantrekkelijker te maken plant men weer bomen die de sneeuw moeten vasthouden. Ook op pistes die niet meer in gebruik zijn, worden nieuwe bomen geplant.

Goed voor mens en natuur

Massatoerisme heeft niet alleen nadelen voor de natuur. Ook voor de gewone bevolking zijn er nadelen: overlast, drukte en vervuiling. Maar het kan ook anders. Een aantal mensen kiest voor ecotoerisme. In Costa Rica, een land in Midden-Amerika met een rijke natuur, kun je goed zien hoe dat werkt. Van een deel van het tropische regenwoud zijn natuurparken gemaakt. Toeristen betalen om er in te mogen. Van dat geld worden de parken bewaakt, zodat stropers en houthakkers wegblijven. Zo blijft een deel van het tropisch regenwoud behouden en wordt er toch geld verdiend aan het toerisme.
Als de natuur behouden blijft, kunnen toeristen er altijd van genieten en kan de bevolking eraan verdienen. Zo heeft iedereen er voordeel van.

Toeristen gaan vooral naar Costa Rica om het tropisch regenwoud te zien. Het beste bekijk je de dieren vanaf het water. Met een boot vaar je uren tussen de groene muren door. Je hoort brulapen, je ziet grote blauwe vlinders en ook krokodillen.

Details en informatie

  • Titel: Toerisme
  • Auteur(s): Zeger van Mersbergen
  • Nummer: IC358
  • Niveau: 3
  • Siso: J 375.1