Noordhoff Uitgevers

Treinen

Elke dag reizen er ongeveer 1 miljoen Nederlanders met de trein. Op een van de 385 stations stappen ze in en weer uit. Er zijn verschillende soorten treinen. Stoptreinen rijden over korte afstanden en stoppen bij elk station. Intercity's (zeg: inter-sitties) zijn sneltreinen die alleen op grote stations stoppen. Intercity is Engels voor 'tussen steden'. Er zijn ook dubbel-dekkers en sprinters. Een dubbel-dekker heeft twee verdiepingen. Daardoor kunnen er veel mensen mee. Vlak voor een trein vertrekt, hoor je een fluitje. Dat doet de conducteur. Hij werkt in de trein en draagt een uniform. Door de intercom vertelt hij aan de reizigers op welke stations er wordt gestopt.

Veel mensen gaan dagelijks met de trein naar hun werk of naar school.

Elektriciteit

Treinen rijden op elektriciteit. Ze krijgen stroom via de boven-leidingen. Dat zijn de kabels die boven de rails hangen. Treinen hebben geen stuur. Ze volgen het spoor. Ze veranderen van richting als er een wissel omgaat. Het spoor bestaat uit lange metalen staven, de rails. Daaronder liggen bielzen. Dat zijn grote balken van hout of beton. Hieraan is de rails vast gemaakt. Tussen de bielzen liggen stenen. Zo blijft het spoor op zijn plaats liggen. In Nederland ligt 2800 kilometer spoorlijn. Die zijn er natuurlijk niet allemaal tegelijk gekomen. Het spoorwegen-net is in 180 jaar tijd ontstaan. In 1839 was het eerste stukje klaar: dat was tussen Amsterdam en Haarlem.

Mensen noemden de stoomtrein vroeger ook wel 'de vuurdraak'. Ze waren er bang voor.

De eerste trein reed in 1839 tussen Amsterdam en Haarlem. De meeste mensen vonden het toen nog eng om met de trein te reizen. Ze dachten dat je ziek kon worden, omdat een trein zo hard rijdt. Of dat de locomotief kon ontsporen of ontploffen. Maar er kwamen steeds meer spoorlijnen en treinen. En steeds meer mensen gingen met de trein reizen. Tot de jaren zestig van de vorige eeuw. Vanaf toen gingen er meer mensen in auto's rijden. Tegenwoordig wordt geprobeerd om weer meer mensen met de trein te laten reizen. Dat lukt redelijk. Er reizen trouwens niet alleen mensen in treinen. Er worden ook miljoenen kilo's spullen vervoerd. Goederen-vervoer noemen we dat.

Met de trein kun je niet op elke plek in Nederland komen. Je moet dan verder reizen met een bus. Je kunt ook naar het buitenland met de trein. In veel landen is de afstand tussen de rails 143,5 cm. Dat is handig, want dan kan een trein gewoon doorrijden. Alleen in Rusland moeten de wielen van de trein worden verwisseld. Daar is het spoor breder. De beroemdste en langste spoorlijn van de wereld is de Trans-Siberische Spoorlijn. Het spoor is meer dan 9 duizend kilometer lang. De reis gaat dwars door Rusland in zeven dagen. Ook beroemd is de Oriënt Express.

Details en informatie

  • Titel: Treinen
  • Auteur(s): Isabelle de Ridder
  • Nummer: JC225
  • Niveau: 1
  • Siso: J. 657.82