Noordhoff Uitgevers

Tunnels

Het woord ‘tunnel’ komt uit het Engels. Het is een lange koker ergens doorheen of onderdoor. Je bent vast wel eens met de trein of de auto door een tunnel gereden. Of je zat in de metro. Je rijdt dan onder de grond, of onder water, of dwars door een berg heen. Het is ingewikkeld om een tunnel te bouwen. Eerst wordt er een tracé uitgezet. Dat wil zeggen dat ze bepalen waar de tunnel precies moet komen. Vragen daarbij zijn: is de grond hard of zacht? Hoe diep moet de tunnel komen? Moet de tunnel aansluiten op andere wegen? Hoe staat het met het grondwater? Ingenieurs houden zich met die vragen bezig. Zij hebben weg- en waterbouw gestudeerd. Het kost heel wat meet-, reken- en tekenwerk voordat er echt met bouwen begonnen kan worden. 


Een metrotunnel.

Tunnels in het wegverkeer

In Nederland zijn veel rivieren en kanalen. Daarover liggen bruggen voor het verkeer. Maar de bruggen moeten soms open als er schepen langs moeten. Dat kan voor lange files zorgen. Tegenwoordig worden er vaker tunnels onder de rivieren en kanalen aangelegd. Zo’n tunnel heet een aquaduct. De schepen varen als het ware over de auto’s heen. De Kanaaltunnel is een prachtig voorbeeld van een tunnel onder de zeebodem. Er is zeven jaar aan gewerkt. Franse en Engelse arbeiders werkten naar elkaar toe en konden elkaar op 1 december 1990 een hand geven. Ze stonden toen op veertig meter diepte, precies tussen Engeland en Frankrijk in, onder de zeebodem. De Kanaaltunnel werd met grote boormachines gemaakt. Achter de machines aan brachten de bouwers direct de waterdichte betonnen wandbekleding aan. De Kanaaltunnel is een spoortunnel. Er rijden passagierstreinen doorheen, maar ook autotreinen en goederentreinen. Een spoortunnel is altijd langer dan een tunnel voor autoverkeer. Dat komt omdat een trein een grotere afstand nodig heeft om te stijgen of te dalen. Voor een auto kan de in- en uitgang wat steiler zijn.


Voor het boren van de Kanaaltunnel waren enorme boormachines nodig.

Veilig

In lange tunnels hangen altijd televisiecamera’s. Zo kunnen verkeersleiders kijken of alles in orde is. Vaak heeft een tunnel ook een nooduitgang. In tunnels hangen altijd grote ventilatoren. Die zijn om de uitlaatgassen van de auto’s af te voeren. Tegelijkertijd blazen ze frisse lucht de tunnel in. Het is verboden om met gevaarlijke of giftige stoffen door een tunnel te rijden. Stel je voor dat er een ongeluk gebeurt! 
Dieren maken soms ook gebruik van tunnels. In het wild levende dieren worden op snelwegen vaak aangereden. Je hebt vast wel eens een platgereden vogel of egel zien liggen langs de kant van de weg. Om dat te voorkomen, bouwden mensen kleine tunnels onder de autowegen. Dat zijn ecotunnels. Onderzoekers hebben gemerkt dat de ecotunnels goed gebruikt worden. Er lopen vossen, egels en dassen doorheen. Ze kunnen zo veilig van de ene kant van de weg naar de andere.

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 22 Tunnels.


Details en informatie

  • Titel: Tunnels
  • Auteur(s): D.M. Jansen
  • Nummer: 22
  • Niveau: 4
  • Siso: 696.4