Noordhoff Uitgevers

Uilen

Als het 's avonds donker wordt, komen de uilen uit hun schuilplaatsen. Uilen zijn nachtvogels. Ze jagen in het donker op hun prooi. De ogen van de uil zijn heel bijzonder. Hij kan er 's nachts uitstekend mee zien. In het donker wordt de pupil groter en kan hij meer licht opvangen. De ogen van een uil zitten aan de voorkant van zijn kop. Om opzij te kunnen kijken, draait hij zijn kop. Een uil heeft ook goede oren. Hij kan een muis honderd meter verderop horen ritselen. De oren zijn twee gaatjes in de kop. Ze zitten verstopt achter de veren bij de ogen.

Elke uilensoort heeft zijn eigen gezicht. Dit is een ransuil.

Uilen in Nederland

Er bestaan zo'n 170 soorten uilen in de wereld. In Nederland komen maar zes soorten voor. De kleinste daarvan is de steenuil. Hij is kleiner dan een duif en zit graag in een holle knotwilg. De oehoe is zo groot als een kind van twee jaar. Verder zijn er de kerkuil, de ransuil, de velduil en de bosuil. Uilen laten zich niet zomaar zien aan mensen. Door hun schutkleur zie je zo ook niet makkelijk. Wil je een uil zien, dan moet je vooral veel geduld hebben. De kerkuil woont het dichtst bij mensen in de buurt. Hij broedt in oude schuren, kerktorens en op zolders.

Een kerkuil heeft een wit gezicht en een lichtbruin verenkleed.

Uilen eten graag muizen. De kleine steenuil eet ook insecten en kikkers. Een uil kauwt niet op zijn eten, hij slikt zijn prooi in zijn geheel door. Daardoor komen ook de haren en botjes van muizen in een uilenmaag terecht. Maar die kan hij niet verteren. Alle delen die de maag niet kan verwerken, worden samengeperst tot een bal. Die braakt de uil uit. Daarom heet zo'n bal een braakbal. Je kunt een braakbal uitpluizen. Dan zie je precies wat de uil gegeten heeft. De braakbal van een velduil is ongeveer zes centimeter lang en drie centimeter dik. Een hele hand vol. Een uil braakt meestal twee keer op een dag zo'n bal uit.

Er leven in Nederland ongeveer 18 duizend uilenparen. Uilen jagen graag in gebieden met veel afwisseling. Op een groot terrein met heggen, struiken, bomen en water komen vaak uilen voor. Daar zitten ook de meeste muizen. Maar veel van deze gebieden zijn veranderd in grote, kale akkers. Oude schuren worden afgebroken en hoge fruitbomen en knotwilgen worden gekapt. Zo blijven er voor uilen weinig plaatsen over die ze als uitkijkpost kunnen gebruiken. Of waar ze kunnen broeden. Gelukkig zijn er in Nederland groepen mensen die uilen beschermen. Ze bouwen nesten na en plaatsen die in gebieden waar veel voedsel is.

Details en informatie

  • Titel: Uilen
  • Auteur(s): Lien van Horen
  • Nummer: JC152
  • Niveau: 1
  • Siso: J 598.8