Noordhoff Uitgevers

Van moeras tot veen

Vroeger was er in Nederland veel woeste natuur. Er waren moerassen waar het stil was en waar nooit iemand kwam. Het was ook gevaarlijk om er te komen. Want in een moeras kun je wegzakken. Een moeras is ondiep water met een hele dikke laag modder eronder. Die modder bestaat uit plantenresten. Omdat die onder water terechtkomen, kan er geen zuurstof bij. De plantenresten verteren dan ook niet. Het wordt alleen maar een vieze papperige massa. Die laag modder heet veenmodder. Hoe langer zo'n laag er ligt, hoe dikker hij wordt. Een dikke laag veenmodder heet veen.

Ondiep water groeit langzaam dicht. Het wordt moeras.

Turf

Ongeveer achthonderd jaar geleden ontdekten de mensen dat gedroogd veen goede brandstof is. Dat droge veen noemden ze turf. Ze staken het met schoppen uit de grond. Een vers gestoken turf was ongeveer veertig centimeter lang en vijftien centimeter breed en hoog. Een natte turf woog vijf kilo. Maar een gedroogde turf woog veel minder. Met turf kon je de kachel en de oven laten branden. Dus overal gingen mensen veen uit de grond halen om het te laten drogen. Dat heet vervening. Eerst staken ze alleen turf voor eigen gebruik. Later ging het heel anders.

Turf steken was zwaar werk voor een laag loon.

Turf was geld waard. Slimme kooplieden wisten dat en kochten grote veengebieden op. Ze lieten er arme mensen turfsteken. Die moesten wel, want ander werk was er bijna niet. De arbeiders trokken met hun hele gezin naar de veengebieden. Ze leefden er in veenkoloniën en woonden in plaggenhutten. Alle gezinsleden moesten meewerken. Ook kinderen. De werkdag begon om half vier 's morgens. Turfsteken was zwaar werk. De arbeiders verdienden weinig geld. Ze hadden een arm en triest leven. Maar de bazen van de veengebieden kon dat niets schelen.

Rond 1900 ging men machines gebruiken voor de winning van turf.

In de vorige eeuw werd de gaskachel en daarna de centrale verwarming uitgevonden. Turf was toen niet meer nodig. Toen het veen was afgegraven, stuitten de mensen op een zandlaag. Daarop strooiden ze van alles om die zandlaag vruchtbaar te maken. Bolster bijvoorbeeld. Dat is de bovenste laag turf, die toch niet geschikt was als brandstof. En het lukte. Met nog wat mest en compost erbij werd het goede landbouwgrond. Nu zijn er weilanden, akkers en dorpjes in de oude veengebieden.

Misschien was hier vroeger wel een veenkolonie.

Details en informatie

  • Titel: Van moeras tot veen
  • Auteur(s): Annemarie Bon
  • Nummer: JC072
  • Niveau: 2
  • Siso: J 643.8

Video bekijken

Audio luisteren