Noordhoff Uitgevers

Vioolspelen

Een viool is een strijkinstrument met vier snaren. Je kunt er klassieke muziek op spelen, maar ook andere soorten muziek. In Ierland, Engeland en Frankrijk spelen violisten op feesten waar veel gedanst wordt. 
De viool heeft nog drie familieleden. Die zijn alle drie groter. Het zijn de altviool, de cello en de contrabas. Als je een contrabas bespeelt, kun je er niet bij zitten, daarvoor is hij veel te groot. Je moet erachter staan. De vier snaren van de viool zijn verschillend van dikte. Ze hebben ieder een eigen toon, een andere klank. Dat zijn de tonen G, D, A en E. Je kunt ze onthouden met het zinnetje ‘Geef De Aap Eten’. De G-snaar is de dikste en geeft de laagste toon. De E-snaar is het dunst en geeft de hoogste toon. Die vaste toon kun je veranderen door de snaar met je vinger in te drukken en korter te maken.

De viool en altviool klem je onder je kin bij het spelen. De cello en de contrabas zet je op de grond, op hun punt.

Leren vioolspelen

Wie viool wil leren spelen, kan daar op z’n derde al mee beginnen. Je begint op een kleine viool. Pas als je ongeveer tien jaar bent, zijn je armen lang genoeg voor een gewone viool. Je kunt viool leren spelen bij de muziekschool. Dan krijg je in je eentje les, of in een groepje. Als je de eerste keer met de strijkstok over een snaar strijkt, komt er meestal maar een lelijk krassend geluid uit. Door veel te oefenen, leer je hoe je precies met de strijkstok over de snaren moet gaan. Als je elke dag een half uurtje oefent, wordt je toon steeds mooier. Vioolmuziek wordt opgeschreven als bladmuziek. Je leest de noten van een papier of uit een muziekboek. Noten zijn tekens, en elke noot geeft een toon aan. Aan de bladmuziek kun je ook zien hoeveel tellen de noten moeten duren. En hoe hoog of laag de noten moeten klinken. Violisten op de dansfeesten in Ierland, Engeland of Frankrijk kunnen vaak geen noten lezen. Ze hebben de liedjes van hun ouders geleerd. Ze spelen alles uit hun hoofd.


Al deze kinderen in het jeugdorkest hebben hun bladmuziek voor zich staan.


Componisten en violisten

Componisten bedenken muziek en schrijven het op. Veel componisten hebben speciale muziek voor de viool geschreven. Eén van hen was Antonio Vivaldi. Hij schreef 300 jaar geleden De Vier Jaargetijden. Het is één van de beroemdste vioolconcerten. De muziek gaat over de lente, zomer, herfst en winter. In het deel ‘zomer’ hoor je de bijen zoemen. En in het deel ‘winter’ hoor je de mensen klappertanden van de kou. 
Een andere componist was Johan Sebastiaan Bach. Hij kon zelf ook heel mooi vioolspelen. En je hebt vast wel van Wolfgang Amadeus Mozart gehoord. Hij was een wonderkind, hij leerde vioolspelen toen hij drie was. Toen hij acht was, had hij al vier vioolconcerten geschreven. De muziek van Vivaldi, Bach, Mozart en heel veel andere componisten wordt nog steeds gespeeld. Bij mensen thuis, maar ook in concertzalen.
In de popmuziek worden ook violen gebruikt. Denk maar aan de grote hits van Coldplay of Katy Perry. Er is niemand die zo snel viool kan spelen als David Garrett. Daarom staat hij ook in het Guinness Book of Records. Lady Gaga heeft hem gevraagd om samen met haar op te treden. 

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 2 Vioolspelen.

Details en informatie

  • Titel: Vioolspelen
  • Auteur(s): Darja de Wever
  • Nummer: 2
  • Niveau: 2
  • Siso: J 786.21