Noordhoff Uitgevers

Vlinders

Als je 's zomers in de tuin zit of in het park, zie je bijna altijd wel een vlinder. Soms een witte, andere keren een met prachtige kleuren. Vlinders zien er heel teer uit en zitten nooit lang stil. Hup, daar gaan ze weer. Naar de volgende bloem. Je krijgt eigenlijk nooit de tijd om een vlinder goed te bekijken. Terwijl er toch veel over deze insecten te vertellen is.
Er zijn erg veel soorten vlinders. De meeste zie je nooit, omdat ze alleen 's nachts vliegen. Vlinders heb je in verschillende maten. Er zijn vlinders zo klein als de punt van je pen en vlinders die zo groot zijn als een tekenvel.

De stippen van deze vlinder lijken op ogen. Daarom heet hij dagpauwoog.

Zes poten

Een vlinder is een insect. Net als een vlieg, een mug of een wesp. Dat zie je aan het aantal poten. Alle insecten hebben er zes. Het zijn de vleugels die een vlinder zo bijzonder maken. Door de vleugels van een vlieg kun je heen kijken. Door die van een vlinder niet. Vlinders zijn vaak naar hun kleuren genoemd. Een citroenvlinder is geel en het blauwtje... je raadt het al.

Een vlinder wordt niet als vlinder geboren, maar als rups, een soort larve. Een rups kruipt uit een eitje en begint meteen te eten. Hij doet eigenlijk niets anders meer. Als hij genoeg is gegroeid, gebeurt er iets bijzonders. De rups spint een cocon om zich heen. En in dat huisje verandert hij langzaam in een vlinder.

Een rups doet z'n hele leven niets anders dan eten.

Er bestaan twee groepen vlinders: dagvlinders en nachtvlinders. Nachtvlinders zijn minder mooi dan dagvlinders. Ze hebben niet van die prachtige kleuren. Ze zijn meestal een beetje donker. Daardoor vallen ze niet zo op als ze overdag slapen. Nachtvlinders zijn ook veel dikker en hariger dan dagvlinders. 's Nachts is er nu eenmaal geen zon en moet een vlinder zichzelf warm houden. Er zijn veel meer nachtvlinders dan dagvlinders. Maar één op de tien vlinders is een dagvlinder.

Vlinders zijn er over de hele wereld. De dagvlinders in Nederland houden niet zo van dichte bossen. Ze hebben zon nodig. Daarom vliegen ze vaak in het open veld. Dat kan een weiland zijn, maar ook de hei. In ieder geval moet het een plek zijn waar niet zoveel mensen komen. Toch is de berm van de weg vaak wel een lievelingsplek van vlinders, terwijl daar veel auto's voorbijkomen. Dat komt omdat er vaak veel wilde bloemen groeien. Daar komen de vlinders op af.

Details en informatie

  • Titel: Vlinders
  • Auteur(s): Marion de Graaff
  • Nummer: jc036
  • Niveau: 1
  • Siso: J 597.83