Noordhoff Uitgevers

Vogels

Vogels hebben een eigenschap die je niet bij andere dieren ziet: ze hebben veren. Die hebben ze nodig om te kunnen vliegen. De meeste vogels kunnen dat. Er zijn een paar uitzonderingen, zoals de struisvogel. Voor het vliegen zijn niet alleen veren nodig. De vogel moet ook licht zijn en vliegspieren en luchtzakken hebben.
Vogels zijn er in allerlei soorten en maten. Aan hun uiterlijk kun je zien waar ze leven en wat ze eten. Zo kan de buizerd met zijn stevige klauwen goed muizen grijpen. Zijn scherpe haaksnavel gebruikt hij om stukken vlees los te trekken.
Mannetjesvogels lokken op allerlei manieren een vrouwtje om mee te paren. Bijvoorbeeld door ingewikkelde liedjes te zingen. Of door te pronken met hun veren, zoals pauwen. Na het paren wordt een nest gebouwd. Het vrouwtje legt er eieren in en dan begint het broeden. Vooral op koude plaatsen is dat een hele klus.

Vogels zijn er in allerlei soorten en maten.

Veren en vliegen

Vogels hebben verschillende soorten veren voor verschillende doelen. Slagpennen gebruiken ze om te vliegen. De veren op het lijf en de kop zijn korter en minder stevig dan de slagpennen en staartveren. Zij houden de vogel droog en de wind waait er niet doorheen. Tussen deze veren zitten kleine donsveertjes die de kou buiten houden. Minstens één keer per jaar zijn de vogels in de rui. Tijdens deze periode hebben ze het wat moeilijk. Ze zoeken dan een veilige plek op en houden zich rustig.
Sterke en lichte veren zijn nodig om goed te kunnen vliegen. Maar vogels moeten zelf ook licht zijn. Want elk gram lichaamsgewicht die ze in de lucht moeten houden, kost energie. Hun snavel en botten zijn ook licht, sommige botten zijn zelfs hol. De vliegspieren zijn zwaarder, maar die zijn een pure noodzaak om te kunnen vliegen. Bij het vliegen klappen de vleugels een beetje in als ze omhooggaan. Met veel kracht slaan de vleugels helemaal uitgespreid weer neer. Zo stijgt de vogel op en vliegt hij vooruit. In de lucht kan de vogel ook vliegen zonder te klapwieken. Hij houdt zijn vleugels dan uitgestrekt zonder ze te bewegen.

Kolibries kunnen bijzonder goed vliegen en ook stilstaan in de lucht. Zo zuigen ze met hun lange snavel nectar uit bloemen. Sommige soorten vliegen zelfs achteruit.

Trekvogels

In het voorjaar zie je grote groepen vogels hoog in de lucht. Zij trekken naar het noorden omdat daar veel voedsel is. In het najaar vliegen de vogels weer naar het zuiden. Dan is het daar warmer en is er meer voedsel. Er zijn verschillende manieren waarop trekvogels de goede weg vinden. Sommigen hebben een inwendig gevoel voor tijd, anderen hebben een inwendig kompas.

Een nest vol eieren

Na de balts paren de mannetjes met het vrouwtje dat ze gelokt hebben. Dan begint het bouwen van het nest. Dat moet op een veilige plaats gebeuren, zodat roofdieren het nest niet kunnen zien. Als bouwmateriaal gebruiken vogels echt van alles. Van gras tot plastic, en zelfs spinnenwebben. Is het nest klaar, dan legt het vrouwtje de eieren. Die moeten warm gehouden worden om uit te komen. Vrouwtjes, en soms ook de mannetjes, zitten daarvoor wekenlang op de eieren.
Bij sommige vogels blijven de jongen nog een tijdje in het nest, waar ze worden gevoed door de ouders. Ze zijn nog kaal, blind en helemaal hulpeloos. Kuikens van bijvoorbeeld watervogels of kippen verlaten kort nadat ze uit het ei gekomen zijn, al het nest. Deze nestvlieders zoeken meteen zelf voedsel. Hun ouders zorgen alleen voor de bescherming.

Details en informatie

  • Titel: Vogels
  • Auteur(s): William van den Akker
  • Nummer: IC334
  • Niveau: 3
  • Siso: J 598.3