Noordhoff Uitgevers

Vuurwerk (Junior)

Wie vuurwerk heeft uitgevonden, weet niemand. Er wordt wel gezegd dat het een kok in China was, duizend jaar geleden. Hij ontdekte dat een combinatie van stofjes een knal kon geven. Die stofjes waren zwavel, salpeter en houtskool. Deze vormen samen een zwart poeder dat buskruit heet. Als je daar een vuurtje bij houdt, knalt het uit elkaar. Het leger vond buskruit een handige uitvinding. Je kon ermee schieten op gebouwen en mensen. Vanuit China verspreidde het buskruit zich over de hele wereld. In Frankrijk en Italië maakten ze er vuurwerk van. Maar hoe ze mooie kleuren in een vuurpijl konden krijgen, wisten ze toen nog niet.

Knallen en kleuren

Er zijn twee soorten vuurwerk. Grondvuurwerk is goedkoop en maakt vooral veel lawaai. Strijkers, rotjes en ratelbanden zijn daar voorbeelden van. Veel mooier is luchtvuurwerk, zoals vuurpijlen. Daar zijn heel veel soorten van en ze hebben allemaal prachtige namen. Dit siervuurwerk is vaak erg duur. Vuurwerk is er trouwens niet alleen maar voor de sier. Op zee kunnen mensen in nood een lichtkogel afsteken om gezien en hopelijk gered te worden. Een lichtkogel is erg lang zichtbaar, omdat hij aan een soort parachuutje zweeft.

Officieel mag je in Nederland alleen op oudejaarsavond vuurwerk afsteken.

Het buskruit in een vuurpijl is nodig om de pijl de lucht in te krijgen, als een klein raketje. Boven in de lucht verbrandt er nog meer buskruit. Dat zorgt ervoor dat de kleine 'kamertjes' met kleurstof en sterren ontploffen. Voor het krijgen van kleuren worden allerlei stoffen gebruikt. Strontium kleurt rood, natrium geel en barium groen. In een vuurpijl met veel kleuren zitten dus een heleboel stofjes. De sterren worden gemaakt doordat er metalen deeltjes in de vuurpijl zitten. Daar komen vonken vanaf. Een vuurwerkmaker weet precies wat er nodig is om een mooie vuurpijl te maken. Dat is zijn vak.

Met vuurwerk kan van alles misgaan. In mei 2000 ontplofte er in Enschede een vuurwerkopslagplaats waar ongeveer honderdduizend kilo vuurwerk bewaard werd. Er vielen meer dan twintig doden en bijna duizend mensen raakten gewond. De opslagplaats stond midden in een woonwijk, die door de ramp grotendeels werd verwoest. Veel mensen waren opeens dakloos. Waarschijnlijk zijn er door een fout wat vonken overgesprongen. Toen ging het snel. Alle containers (zeg: kon-tee-ners) met vuurwerk knalden uit elkaar. Sinds de ramp in Enschede zijn de regels voor het bewaren van vuurwerk veel strenger geworden.

Als je zelf vuurwerk afsteekt, let dan altijd goed op. Raap nooit oud vuurwerk op, ga niet zelf vuurwerk in elkaar knutselen en doe niet stoer met vuurwerk.

Bij de vuurwerkramp in Enschede vloog een hele wijk in brand.

Details en informatie

  • Titel: Vuurwerk (Junior)
  • Auteur(s): Mark Traa
  • Nummer: JC140
  • Niveau: 2
  • Siso: J 679.5