Noordhoff Uitgevers

Walvisvaart

Heel vroeger waren de mensen bang voor walvissen. Ze dachten dat het monsters of duivels waren. Daarom wilden ze walvissen vangen en doden. Ook wordt er al duizenden jaren op walvissen gejaagd voor hun vlees. De Inuit (zeg: ienwiet) deden dat bijvoorbeeld. Zij wonen dicht bij de Noordpool. Dat is een gebied waar bijna niets groeit. De Inuit vingen af en toe een walvis en aten daar een flinke tijd van. Ook Spanjaarden jaagden in de winter op walvissen. In dat seizoen kwamen de dieren naar de Atlantische Oceaan. In de zomer trokken ze weer weg. Rond 1500 bedachten de Spanjaarden dat ze er in de zomer wel achter aan konden gaan. Zo konden ze het hele jaar op walvissen jagen.

Walvisvaarders waren sterke, stoere kerels. Lang niet iedereen overleefde de jacht.

Smeerenburg

Ook Nederlanders jaagden op walvissen. Ze bouwden op Spitsbergen een speciaal dorp voor de walvisjagers. Spitsbergen ligt vlak bij de Noordpool. Het dorp noemden ze Smeerenburg, omdat er altijd veel vet (smeer) van de walvissen droop. De Nederlandse walvisjagers gingen er in het begin van de zomer heen. Het was zwaar en vies werk, en veel mannen werden ziek. Ze kregen scheurbuik, omdat ze geen groente en fruit aten. Aan het einde van de zomer werd het er te koud. Tegen die tijd vertrokken de mannen weer. Het hele dorp was dan uitgestorven tot de volgende zomer.

Walvissen werden gevangen voor hun vlees. Maar van een walvis werd nog meer gebruikt. Van de grote botten werden huizen gebouwd. Door vlees en botten te koken, kreeg je olie die ook wel traan wordt genoemd. Van die traan werd van alles gemaakt: kaarsen, lampolie, zeep, potloden en poets-middeltjes. De baleinen uit de bek werden gebruikt in paraplu's, hengels en in rokken. Van de huid maakte men tassen, schoenen en zadels. Van walvisbloed maakten ze verf en lijm. Bijna niets van de walvis werd weggegooid.

De baleinen uit de bek van een walvis werden bijvoorbeeld gebruikt in hoepelrokken.

In het begin van de walvisvaart viste ze met kleine bootjes. Vanuit zo'n bootje gooide de jagers een harpoen met een touw eraan. Aan het touw sleepten ze de walvis mee naar het strand en maakten hem daar dood. Later jaagde ze met stoomboten. Die waren sneller en sterker. Zo konden de jagers hun prooi beter achtervolgen. Nog later gebruikten de jagers het fabrieks-schip. Dat is een schip waarop de gevangen walvis gelijk werd verwerkt. Daardoor kon er meer en sneller gevist worden. De walvissen stierven daardoor bijna uit. De walvisvaart werd dertig jaar geleden verboden. Toch jagen landen als Japan en IJsland nog steeds op walvissen. Greenpeace probeert de walvissen te beschermen en strijdt tegen de walvisvaart.

Details en informatie

  • Titel: Walvisvaart
  • Auteur(s): Jeroen Blokhuis
  • Nummer: JC208
  • Niveau: 2
  • Siso: J 639.4