Noordhoff Uitgevers

Warmte

Zonnestralen voelen lekker. Als je warme chocomel drinkt, kun je je mond eraan verbranden. Warmte is de ene keer fijn, de andere keer juist niet. Maar zonder warmte kunnen we niet leven.
Warmte is een vorm van energie, net als beweging. Warmte ontstaat door iets te verbranden. Daarvoor heb je brandstof nodig, zoals hout of benzine.
Warmte kan zich op verschillende manieren verplaatsen. Bijvoorbeeld via de lucht of via geleiding. Schenk maar eens warme thee in een kopje. Even later voelt het kopje ook warm aan.
Als het buiten koud is, wil je de warmte graag binnenhouden. Door het huis te isoleren kan de warmte niet naar buiten verdwijnen. Je kunt bijvoorbeeld de muren bedekken met een materiaal waarin kleine luchtbelletjes zitten. De lucht in deze belletjes staat stil. Daardoor kan de warmte niet wegstromen. Lucht kan dus warmte verplaatsen, maar kan ook warmte vasthouden.

Warmte kan zich verplaatsen. Hoe lang houd jij de munt in de vlam?

Hoe ontstaat warmte?

Als je bij een kampvuur zit, krijg je het warm. Het kampvuur is een warmtebron. Het hout is de brandstof. Bij verbranding verandert de energie uit brandstof in een ander soort energie, namelijk warmte.
Zelf ben je ook een warmtebron. Het voedsel dat je eet, is jouw brandstof. Je lijf verbrandt het. Dat gaat niet met vuur, maar er ontstaat wel warmte. Zo krijg je energie en voel je je fit.
Er zijn nog andere warmtebronnen, zoals wrijving. Wrijving kan grote hitte veroorzaken. In de oertijd hadden mensen al ontdekt dat ze vuur konden maken door twee stukjes hout heel snel tegen elkaar aan te wrijven. Dat hout werd dan zo heet, dat het begon te smeulen.

Een meteoriet suist met enorme snelheid de dampkring in. Door de wrijving met de lucht verbrandt hij. De vuurflits die we dan zien, noemen we een 'vallende ster'.

Warmte zien en opvangen

In zonnestralen zit energie. Deze energie kunnen we voelen. Als de zonnestralen ergens tegenop botsen, kunnen we de energie ook zien. De stralen kaatsen namelijk als licht terug. Ook andere warmtebronnen kunnen licht geven. Bijvoorbeeld een houtvuur of gloeiende kolen. Het licht ontstaat pas als iets heel erg heet wordt. Andersom voelen dingen die licht geven ook warm aan. Denk maar aan een gloeilamp. Zo'n lamp is natuurlijk bedoeld om licht te geven, maar hij voelt ook warm aan.
Warmte kun je meten. Dat doe je met een thermometer. 'Thermos' is het Griekse woord voor 'warm', een warmtemeter dus. Op de meeste thermometers zit een glazen buisje met daarin een vloeistof. Als de vloeistof warm wordt, zet hij uit en stijgt. Naast het buisje staan cijfers, daaraan kun je dan zien hoe warm het is.

De grootste warmtebron is de zon. Toch gaat er veel zonnewarmte verloren. Dat is jammer. Er wordt hard nagedacht over hoe we die warmte kunnen opvangen en bewaren. Een oplossing is bijvoorbeeld om een zonnecollector op het dak van een huis te plaatsen. Het water dat op die manier verwarmd wordt, kun je voor de douche gebruiken.
In de toekomst worden er vast meer technieken bedacht om zonnewarmte te bewaren. Dat is maar goed ook. Want brandstoffen als olie en benzine raken op. De zon blijft zeker nog wel zo'n vijf miljard jaar warmte geven.

Details en informatie

  • Titel: Warmte
  • Auteur(s): Karin van Hoof
  • Nummer: IC315
  • Niveau: 3
  • Siso: J 534