Noordhoff Uitgevers

Water

Water is overal. Jij denkt misschien: Ja, maar in de woestijn is het droog. Toch is er overal op aarde water. Water dat je niet ziet. Zo zit er altijd water in de lucht. En jijzelf bestaat voor een groot gedeelte uit water. Ook de aarde bestaat voor een groot gedeelte uit water. Dat water is niet allemaal drinkwater. Zeewater kun je niet drinken, omdat het zout is. Veel water op aarde is bevroren. En er zweeft water in de lucht. Kijk maar naar de wolken. Allemaal water. Zonder water kun je niet leven. Als je niet drinkt, ben je na een paar dagen dood.

De Niagara-watervallen in Amerika.

Vormen

Water ken jij als het spul dat uit de kraan stroomt. Maar water is niet altijd vloeibaar. In de vriezer verandert water in ijs. Ook verandert het water in de sloot in ijs als het vriest. Het water heeft dan een vaste vorm. Water bevriest al bij nul graden. IJs smelt bij nul graden. Die temperatuur is de grens. IJzer smelt pas bij 1539 graden. Dat is enorm heet.

Het topje van de ijsberg is maar een negende deel van de hele ijsberg. De rest zit onder water.

Water kun je ook heel warm maken. Door het te koken. Als het water kookt, komt er damp uit de ketel. Het water verdampt. Die damp bestaat uit heel kleine waterdruppeltjes. En die druppeltjes worden gasvormig. Ze zijn er nog wel, maar je ziet ze niet.
Op aarde verdampt ontzettend veel water. Water uit de zeeën bijvoorbeeld. Het water in de zee wordt verwarmd door de zon. Het zeewater wordt gasvormig. En dat gasvormige water vliegt mee met de wind. Totdat het ergens komt waar het koud is. Dan verandert het gas weer in waterdruppeltjes. Veel druppeltjes bij elkaar worden een wolk. Grote druppels vallen naar beneden: het regent.

Een wolk is bestaat uit heel kleine waterdruppeltjes.

Water is heel belangrijk. Om eten klaar te maken heb je water nodig. Om aardappels, rijst of groente te koken gebruik je water. En ook voor een kopje thee of koffie is water nodig. Zelfs in cola en melk zit water. Ook schoonmaken gaat niet zonder water. Gemiddeld gebruik je 150 liter water op een dag. Dat is zeventien grote emmers vol. Voor het doortrekken van de wc heb je al veertig liter nodig.
In Nederland is dat allemaal niet zo'n probleem. Er is water genoeg. Maar er zijn ook landen die veel te weinig water hebben. Een mens heeft in elk geval dertig liter water per dag nodig om schoon en gezond te blijven. In sommige landen hebben de mensen maar vier tot twaalf liter per dag.
Niet in elk land is een waterleiding. In Nederland stroomt het water door 90.000 kilometer buizen naar alle kranen. Zo komt het in alle delen van het land. Amsterdam was de eerste plaats waar een waterleiding kwam. Dat is 150 jaar geleden. Voor die tijd schepten de mensen water uit de gracht. Ze kookten het water voordat ze het dronken. Maar in die gracht kwam ook alle poep en pies van iedereen terecht. Je kunt je voorstellen dat er nogal eens ziektes uitbraken.

Details en informatie

  • Titel: Water
  • Auteur(s): Annemarie Bon
  • Nummer: JC015
  • Niveau: 2
  • Siso: J 568

Audio luisteren