Noordhoff Uitgevers

Wedstrijdschaatsen

Nederland is een echt schaatsland. Nederlanders zijn goed in schaatsen. Tijdens de Olympische Spelen in Sotsji in 2014 wonnen Nederlanders in totaal 23 medailles, in Pyeongchang (2018) in totaal 20.
De beste schaatsers kunnen van schaatsen hun beroep maken. Om bij de top te horen moet je heel veel trainen. Je moet een goede techniek en een goede conditie hebben. Ook de kleding en de schaatsen zijn belangrijk om snel te kunnen rijden.
Eind maart gaat de kunstijsbaan dicht, maar schaatsers trainen in de zomer door, bijvoorbeeld door te fietsen of te skeeleren.
Langebaanschaatsen is in Nederland de bekendste vorm van wedstrijdschaatsen. Maar er zijn ook andere schaatssporten, zoals shorttrack en marathonschaatsen. Marathonwedstrijden worden vaak op natuurijs gereden, de belangrijkste is de Elfstedentocht. Om die door te laten gaan, moet het heel lang en heel hard gevroren hebben. Pas dan is het ijs stevig genoeg. 


Bij het marathonschaatsen is het soms flink dringen op de baan.

Wie wint?

Er bestaan verschillende soorten wedstrijden. Bij afstandswedstrijden wint degene die de snelste tijd heeft, bijvoorbeeld op 500, 3.000 of 10.000 meter. Er zijn steeds twee schaatsers tegelijk op de baan. De tijd wordt elektronisch gemeten. Zodra de rijder langs de finish komt, geeft de transponder een signaaltje. Bovendien wordt er bij belangrijke wedstrijden een finishfoto gemaakt, omdat de verschillen tussen de deelnemers soms heel klein zijn.
Er zijn ook wedstrijden waarbij er meer rijders tegelijkertijd op de baan zijn, zoals de ploegenachtervolging, de teamsprint of de mass start. Bij die laatste starten alle deelnemers aan de wedstrijd tegelijk. Wie het eerst over de finish komt, wint de wedstrijd.
In het begin werden wedstrijden alleen op natuurijs gehouden. Dat betekende dat er in Nederland soms winters waren dat je niet kon schaatsen, omdat het niet vroor. In 1951 werd in Amsterdam de eerste kunstijsbaan van Nederland gebouwd. Op een kunstijsbaan kun je de hele winter altijd schaatsen. Door de komst van verschillende kunstijsbanen ging het wedstrijdschaatsen in Nederland met sprongen vooruit. Het grote voordeel is dat voor alle wedstrijddeelnemers de omstandigheden op een kunstijsbaan hetzelfde zijn.
De beste schaatsers kunnen van schaatsen hun beroep maken. In Nederland zijn ongeveer tien professionele schaatsploegen. Het zijn commerciële ploegen; ze krijgen geld van een bedrijf. In ruil daarvoor dragen de schaatsers de naam van het bedrijf op hun wedstrijd- en trainingspakken.
Als je aan schaatswedstrijden mee wilt doen, moet je lid worden van een ijsclub. Leden van een ijsclub trainen samen en de clubs organiseren wedstrijden.


Bij langebaanschaatsen is de baan 400 meter lang. Aan de binnenkant is een inrijbaan, waar rijders zich kunnen opwarmen voor de wedstrijd.

Geschiedenis van de schaats

Hoe lang mensen al schaatsen is niet bekend, wel zijn er schaatsen gevonden van ongeveer vijfduizend jaar geleden. Het waren gladgemaakte dierenbotten die met riemen onder de voeten gebonden werden. 
Ongeveer 800 jaar geleden kwamen er schaatsen van ijzer. Het ijzer was vastgemaakt aan een stuk hout dat onder de schoen gebonden werd. Dit soort schaatsen kun je nog steeds kopen. Ruim honderd jaar geleden werden de schaatsen uitgevonden die aan een schoen vastzaten, en rond 1980 de klapschaats.    

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 50 Wedstrijdschaatsen.


Details en informatie

  • Titel: Wedstrijdschaatsen
  • Auteur(s): Pieter Schouten
  • Nummer: 50
  • Niveau: 3
  • Siso: J 618.11