Noordhoff Uitgevers

Wereld in kaart gebracht

Boven de aarde zweven satellieten. Ze maken foto's van de aarde vanuit de ruimte. Hierdoor weten we hoe de wereld eruitziet. Vroeger zagen de meeste mensen niet veel meer dan hun eigen dorp. Ze hadden geen idee hoe de wereld eruitzag. Maar sommigen dachten er wel over na. Zo bestaat er een wereldkaart van meer dan 4000 jaar oud. Hij is in een stuk klei gekrast.
Lang hebben mensen gedacht dat de wereld plat was. Zelfs tot in de middeleeuwen. Toen tekende men op kaarten de wereld nog als een platte schijf.
Vanaf de middeleeuwen werd de wereld steeds beter in kaart gebracht. Eerst door de ontdekkingsreizigers en handelaren. Kaartenmakers op hun schepen maakten tekeningen. Voor moderne atlassen zijn foto's gebruikt die vanuit vliegtuigen zijn gemaakt. Tegenwoordig worden die foto's genomen door satellieten. Onder andere om een topografische kaart te maken.
Maar om je weg te vinden heb je geen kaart meer nodig, die vind je nu met gps.

Tegenwoordig worden foto's door satellieten gemaakt. Op Google maps op internet kun je satellietfoto's zien. Wil je wegen goed zien, dan kun je die speciaal aan laten geven.

Nieuwe ontdekkingen

Met gps kun je nu bijna overal komen. Toch vinden veel mensen het leuker om op een kaart te kijken. Daarop kun je ook zien welke vorm een land heeft. Of hoe hoog de bergen zijn. Zelfs al ga je niet naar dat land, toch is het leuk om ernaar te kijken of bij weg te dromen. Van wegdromen bij kaarten hielden mensen eeuwen geleden al. In 1662 verscheen er in Amsterdam een atlas waarbij dat heel goed kon. Deze Atlas Maior (zeg: Major) bestaat uit ongeveer zeshonderd kaarten. In de atlas zitten kaarten van werelddelen, landen en streken. In aparte stedenboeken voegde de kaartenmaker plattegronden van steden toe.
De atlas was niet bedoeld om mee te reizen. Daarom was het niet erg dat niet alles klopte. Er stonden fouten in die al lang bekend waren.
De Verenigde Oost-Indische Compagnie had een eigen kaartenverzameling. Schepen konden kaarten lenen. Die moesten ze later weer inleveren, samen met aantekeningen en nieuwe kaarten die onderweg waren gemaakt. Zo werden de kaarten steeds nauwkeuriger.

Eerst werden alle kaarten met de hand getekend. In de loop van de zestiende eeuw (1500-1600) werden steeds meer kaarten gedrukt. Gedrukte kaarten werden gemaakt door een uitgever. In de zeventiende eeuw hadden de meeste Amsterdamse kaartenuitgevers hun bedrijf vlak bij de haven. Daar liepen handelaars uit de hele wereld rond die vaak de nieuwste kaarten bij zich hadden. Een van de uitgevers was Joan Blaeu (zeg: Blauw) van de Atlas Maior. Zijn vader Willem wist veel van wiskunde en sterrenkunde. Hij maakte ook navigatie-instrumenten. Alle schepen gebruikten die instrumenten.
Op de kaarten uit de zeventiende eeuw zijn niet alle gebieden even nauwkeurig getekend. Zo was het westen van Noord-Amerika nog een groot, onbekend gebied. In 1804 maakte een groep mannen een tocht van twee jaar om het gebied in kaart te brengen. De indianen die er woonden, hielpen mee. Andere ontdekkingsreizigers gingen naar Afrika. Met de nieuwe ontdekkingen werden betere kaarten en atlassen gemaakt.

Een wereldkaart uit 1482. Amerika en Australië staan er nog niet op. Afrika maar voor de helft.

Details en informatie

  • Titel: Wereld in kaart gebracht
  • Auteur(s): Karin van Hoof
  • Nummer: IC322
  • Niveau: 4
  • Siso: J 950.6